Schildering van Wageningen in mei 2018

2018-05-13 avond

horizon vol mist

de wolken drinken toppen

takken grijpen lucht

2018-05-14 file

rood licht raakt mijn oog

met tegenzin op de rem

en kruipend naar huis

2018-05-15 file II

rijen op de weg

want afslag afgesloten

omweg gereden

2018-05-16 Ede

jongen volgt zijn hand

de route van hier naar daar

zijn eigen weg volgt

2018-05-17 wind

wolken spelen wild

opgejaagd vertrekt de wind

takken buigen diep

2018-05-18 magnolia

wouden van roze

weelderig sieren wegen

een ode aan ons

2018-05-19 Arnhem

verleden huizen

in ornamenten, gevels

verscholen in steen

2018-05-20

Deken van warmte
Tot met de wind het doek valt
En het gras naglanst

2018-05-21 aan de Rijn

verschuilende zon

waaronder golven spelen

samen met het kind

Advertisements
Posted in Poetry | Tagged , , , , | Leave a comment

Voorgelezen in Milonga – over de tongpiercing van Andreas

Het gezicht van Andreas vertrekt in opperste concentratie als hij de aangestoken sigaret tussen zijn lippen klemt.
‘Dat kan je beter niet doen,’ zegt Philippa.
‘We zijn bestaanslozen,’ zegt Andreas. Hij blaast een grote wolk rook richting het plafond. ‘Het is alleen maar beter als ik snel doodga.’
‘Niet voor ons,’ zegt Marten. ‘We zullen je ontzettend missen.’
Andreas veert theatraal omhoog. ‘Broertje!’
‘Huh, zijn jullie broers van elkaar?’ vraag ik.
‘Halfbroers,’ zegt Marten. ‘Zie je dat niet?’
Ze zijn beide blond met bleke ogen. Bij Andreas zijn ze meer blauw, bij Marten meer groen. Daar houden de overeenkomsten voor mij al op. Waar Andreas langer is, wint Marten in breedte. Andreas heeft zijn piercing en Marten het mysterieuze litteken op zijn kaak. Andreas is het middelpunt van de aandacht en Marten is een makke hond.
‘We hebben dezelfde vader,’ zegt Marten. ‘Hij woonde in een groep als hier en heeft in één jaar drie vrouwen zwanger gemaakt.’
‘O, dus jullie hebben nog een broer of zus?’
Er valt een stilte.
Marten klinkt alsof hij een steen doorslikt.
Philippa kauwt op haar lip en en zegt: ‘Zullen we de nieuwe lading nog een keer tellen?’
Andreas grist zijn pak sigaretten van tafel. ‘Goed plan,’ zegt hij.
Zodra we alleen zijn, vraag ik aan Marten: ‘Heb ik iets verkeerds gezegd?’
‘Nee, ik had mijn mond moeten houden.’ Hij kruipt weg in de bank alsof hij zojuist in elkaar geslagen is.
Het liefst wil ik hem een knuffel geven, maar ik durf niet.
‘Wat is er gebeurd?’ vraag ik.
Marten staart naar zijn voeten, die hij onophoudelijk strekt en buigt. ‘We hadden een jongere broer, Sven. Hij was ook actief in de bonnen. Een paar jaar terug was de SE ons op het spoor. We waren met meerdere teams, op verschillende locaties, en hielden draadloos contact. Toen versprak Andreas zich en verraadde de locatie van Sven en zijn team. Vlak daarna heeft hij zijn piercing laten zetten, om voortaan zijn tong in bedwang te houden.’
‘Wat erg,’ zeg ik. ‘En hij wilde mij laten geloven dat hij een piercing heeft omdat het leuker is met zoenen.’
Marten grinnikt. ‘Denk je niet dat je Andreas inmiddels goed genoeg kent om te weten hoe hij in elkaar zit?’
‘Ik denk het wel,’ zeg ik.
Marten staat op. Aarzelend zegt hij: ‘Ik ga even sorry zeggen.’

Lange tijd lig ik met gesloten ogen op de bank, tot een warmte tegen mijn dij mijn aandacht trekt.
Voor me knielt Andreas met de camera. Zijn vrije hand kruipt omhoog over mijn been. In een reflex trek ik mijn stiletto en haal deze langs zijn wang.
‘Ah!’ Andreas brult en wankelt achteruit. ‘Kutwijf!’ schreeuwt hij. Bloed welt op uit de snee. Hij drukt zijn hand ertegenaan maar alsnog glijdt een rood straaltje richting zijn kin.
Dan kalmeert hij plotseling en zakt op de salontafel. ‘Het spijt me, Amber, oké?’
Ik haat het dat hij mijn naam zegt.
‘Er gebeurt niets wat jij niet wilt,’ zegt hij en hij toont me zijn handpalmen. ‘Maar je moet begrijpen dat je een mooie jonge vrouw bent. En die kunnen mannen moeilijk weerstaan. Ik moet geld verdienen. Jij kan daarbij helpen.’
‘Als je dit nog een keer doet snijd ik je keel open,’ zeg ik. De punt van mijn stiletto zweeft dreigend tussen ons in.
Dan snelt Marten binnen. Hij sleurt Andreas overeind, en bereidt zich voor op een flinke uithaal, maar op het laatste moment vloeit de agressie uit zijn lichaam.
‘Uit mijn ogen,’ zegt Marten hees.
‘Ze is van jou,’ zegt Andreas nadrukkelijk en hij slaat Marten hard op zijn rug.
Marten zakt naast me op de bank. ‘Gaat het?’
Nu pas merk ik dat mijn hele lichaam trilt. Met moeite leg ik mijn stiletto op tafel.
‘Is het waar dat hij geld verdient met filmen?’ vraag ik.
‘Ja.’ Marten trekt zijn schouders omhoog. ‘Je vader leerde ons om geld te verdienen met streamen. We deden cartoons en persiflages van hoge militairen, en Mirror zelf natuurlijk. Maar na de dood van je vader viel het hele netwerk van volgers uit elkaar. We hebben van alles geprobeerd, maar erotische filmpjes verdienen het best.’
‘Ik heb niet het idee dat Andreas me alleen wil filmen.’
‘Zolang je nee blijft zeggen, gebeurt er niets. En anders kom je naar mij, oké?’
Opeens voel ik me licht van binnen. Marten staat aan mijn kant. Ik laat het toe dat hij me tegen zich aan trekt.

Posted in Fiction | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Voorgelezen in Milonga – Vlucht uit het ‘ziekenhuis’

‘Geef haar een dosis,’ zegt Andreas gejaagd en hij wijst op mij.
Philippa begint een injectienaald te vullen. Doet ze die altijd zo vol? Is dit de pijnstiller die ik elke dag krijg? Ineens word ik overrompeld door paniek. Laten ze me alsnog achter nu de SE elk moment binnen kan vallen maar krijg ik als troost een spuitje richting het hiernamaals?
‘Wat gaan jullie doen?’ roep ik.
Philippa pakt mijn arm. Angstig sla ik de naald uit haar handen.
Met een gezicht als uit marmer gehouwen raapt ze de naald op. ‘Andreas?’
Hij stelt zich op aan de andere kant van het bed. Dit is de eerste keer dat ik echt bang ben voor hem. Ik worstel al voordat zijn groezelige handen me in een ijzeren greep houden.
Philippa injecteert mijn arm. ‘Rustig,’ zegt ze. Dan begint ze het infuus te ontkoppelen.
‘We gaan hier weg,’ zegt Andreas en hij laat me los.
De seconde dat ik denk dat ze me achterlaten vind ik een verborgen oerkracht waarmee ik overeind kom en mijn elleboog hard in de maag van Philippa duw. Ze slaat dubbel en botst met haar billen tegen de wastafel.
Andreas pakt mijn schouders en duwt me terug in mijn kussen. ‘We nemen je mee,’ zegt hij. ‘Maar je zal veel pijn hebben. Daarom krijg je een extra dosis.’
Zijn lippen vormen een ernstige streep. Meent hij het?
Philippa vervolgt zwijgend met het afsluiten van alle buisjes die op mijn lichaam zijn aangesloten. Ze plakt een groot plastic vel over mijn buik en rug. Haar bleke gezicht is nat van het zweet.
Ik vermijd het naar haar te kijken. ‘Sorry,’ zeg ik. ‘Dank je dat je me nog steeds helpt.’
Andreas trommelt ongeduldig op de reling van mijn bed. Gaat hij geen contact opnemen met iemand die ons kan helpen? Hiro bijvoorbeeld? Opeens wil ik niets liever dan Hiro zien. Met hem erbij komt alles goed.
Dan tilt Andreas me uit bed. Philippa zet mijn schoudertas op mijn schoot en kiepert er haastig een EHBO-doos en verschillende ampullen met vloeistof in. Ze gaat ons voor naar badkamer. Achter het douchegordijn is een schuifdeur. We komen uit in een smalle gang met rekken vol grote, glazen bakken en potten. De meeste zijn leeg, maar in sommige drijven dieren of ledematen.
Ik zoek naar harde stemmen, of schoten, verwacht elk moment dat we naar de grond duiken. Afgezien van het zoemen van de afzuiging hoor ik niets.
Andreas en Philippa praten niet. Ik hoor alleen zijn snuivende ademhaling vlak boven me. Haar zompige voetstappen naast me. Ik probeer te ontdekken waar we zijn. Overal flitsen geblindeerde ramen. We dalen tot het koud wordt. De zware, vochtige lucht trekt rillingen door me heen.
De pijnstiller begint mijn zintuigen te verdoven. Als eerste verdwijnt mijn zicht. Ik geef me over aan de verende tred van Andreas. Soms zoeven er auto`s voorbij. Of bromvliegen.
‘Luister goed, Zoey, of Helena, of hoe je ook heet,’ zegt Andreas. ‘Ik ga je ergens neerleggen maar ik stuur Marten om je te halen.’
Zijn stem is amper een gemompel.
‘Zoey?’
Ik vraag me af tegen wie hij praat.
‘Waarom doe je zo veel moeite voor die meid?’ vraagt Philippa. Haar stem echoot.
Andreas antwoordt: ‘Ze is de dochter van Viktor Van.’
Een zwarte kubus slinkt rondom mij, door mijn poriën, in mijn oren, en duwt mijn hersenen opzij, maar niet voordat ik word verwarmd door een gloed van herkenning. Viktor Van was mijn vader.

Posted in Fiction | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment