Vervreemdend Proza: Zwaardkolibrie (2)

Om me heen zijn bomen en struiken groter en vreemder dan ik ooit heb gezien en op bijna elk blad zie ik een insect met meer dan een normaal aantal poten. Achtendertig graden, zegt de thermometer in mijn horloge, en daarna dat het 10:17 is. De zon brandt. Ik denk dat ik smelt. God, mijn make-up zal smelten. Ik pak gauw mijn spiegeltje. Ja, zweetdruppels hebben van mijn eyeliner al een zwart smeersel gemaakt. Een jungletrip in Colombia. Tim ook met zijn geweldige ideeën. Hij loopt voor me, met zijn telelens die van links naar rechts zwaait om al die onaardse planten en monsterlijke beesten te vereeuwigen. Speciaal voor deze trip heeft hij bermuda`s gekocht, in spuuglelijk mat groen en spuuglelijker beigebruin. Ik ben opgehouden hem uit te leggen dat zulke broeken zijn echte leeftijd verraden. God, hij is vijfveertig en alles zit nog strak en dan die groene kijkers erbij – wauw.

‘Pardon?’ klinkt er achter me.

En ik ben weer terug op het pad waar doorlopen echt wel lastig is, ergens in het midden van een sliert toeristen met net iets te veel geld voor vakantie. Achter me loopt het Twentse Nijlpaard. Ze heeft zeker drie keer overgewicht en puft er ook naar. Zij en haar man komen uit Twello en doen elk jaar een verre reis van hun pensioen. Ze kakken er bij elke stop over.

Ik heb constant overal jeuk en ben allang gestopt om te controleren of de jeuk wordt veroorzaakt door een muggenbeet, een proportioneel groot insect, of één van die wormpjes die soms uit een boom vallen, in je huid kruipen, en je ziek maken – tenzij je bent ingeënt tegen –itis nummer zoveel. God, wat een prikken moest ik halen voordat ik die zweterige jungle in mocht. En beroerd dat ik ervan werd! ‘Het is al die prachtige natuur waard’, zei Tim om me over te halen.

‘Goddorie!’ roep ik uit als er plots een vibrerend beest voor mijn gezicht hangt. Het verspreidt een lichte wind, waarschijnlijk door de vleugels die in een waas op en neer bewegen. De voorkant van het beest is zo lang dat ik eerst denk dat het een worm is. Dan zie ik dat het de snavel van een vogeltje is. Zijn borst glimt in allerlei tinten groen en geel. Een bling-bling vogeltje.

‘Kijk, Tim!’ begin ik en zoek zijn gestalte tussen bladeren verderop, maar een stevige hand houdt me tegen.

‘Daar heeft u geluk, jongedame’, zegt de gids van achteraan. ‘Nog één stap verder en we hadden u verticaal kunnen thuisbrengen.’

Hij wijst op een minuscule spinnetje met een wit glimmend achterste dat, neem ik aan, ontzettend giftig is. De kraaloogjes van het vogeltje deinzen nog heel even op en neer voor mijn gezicht, voordat het beest zich omdraait en met een griezelig lange tong het spinnetje omrolt en naar binnen slokt.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s