Salsa Liene

Elk jaar in augustus viert Amersfoort Dias Latinos. De Hof is gedrenkt in cocktailjurken en openstaande casual bloesjes. Uit de boxen dreunt opzwepende dansmuziek. Heupen raken los en volgen de Latijns-Amerikaanse ritmes. Zodra het eerste donker de horizon verovert, komen de lampionnen aan weerszijden van het plein tot leven.
Ik doe mijn best om elegant te staan op mijn pumps die ik nooit draag en knik af en toe, want Vera praat tegen me. Silvie komt terug met twee witte wijn en een cola. Vera ruikt aan haar wijn en neemt een grote slok. Het stuk stof dat om haar rondingen spant is vast afkomstig uit een wereldwinkel, met die oriëntaalse figuren in warme kleuren en is waarschijnlijk bedoeld als gordijn, niet als jurk. Ik voel me niet geroepen haar daarop te wijzen. Ik heb een andere roeping.
Terwijl ik de cola over mijn tong laat glijden en Vera en Silvie wedjes leggen om met een jongen te dansen, kijk ik naar het podium. Er wordt daar salsa en merengue gedanst en er heeft zich een aantal belangrijke mensen verzameld.
Vandaag moet het gebeuren. Mijn toekomst bepalen. Ik wacht totdat ik voel dat ik echt niet nog meer moed kan verzamelen.
‘Toilet,’ zeg ik tegen Vera en Silvie.
Tussen zwetende lijven door, vind ik mijn weg naar het podium. Vleugen haarlak slaan in mijn gezicht als ik diep ademhaal voor de laatste stap. Nu Maartje van ‘SOS Kinderdorpen Bolivia’ aanspreken en vragen of ik daar stage kan doen.
Vanaf hier gezien is De Hof een vlakte vol deinende schaduwen. Maartje is in gesprek met iemand anders. De twijfel duwt me bijna terug het publiek in. Ik check mijn redenen om hier te zijn. Wat betekent dit voor mij? Alles. Wat wil ik bereiken? De wereld verbeteren. Welke stappen ben ik bereid te nemen?
Er wordt een rolstoel op het podium getild. De dansende mensen maken ruimte, maar niet veel. Tussen een cross-body en een sombrero door, zie ik een meisje. Haar huid is bleek, haar gezicht ingevallen, haar schouders naar voren. Ze is van mijn leeftijd maar ze draagt een Justin Bieber-muts.
Als ik naar haar toe loop, landt het: kanker eet haar en ze is bijna op.
Maar er is iets in haar ogen dat leeft.
Misschien is het de muziek, die haar vingers optilt en laat trommelen op de leuning van haar rolstoel. Misschien zijn het de paren die langs haar wervelen, in combinatie met de zomernachtlucht die alle hormonen activeert. Of misschien is het de herkenning op haar gezicht bij het zien van de dansfiguren.
Ik grijp haar handen en trek haar overeind. Ik hoef niet te vragen of ze kan dansen. Alles aan haar straalt dat uit. En we dansen.
‘Liene’, zegt ze.
‘Salsa Liene,’ zeg ik. Ze lacht. Het maakt niet uit dat we uit het ritme dansen. Het maakt niet uit dat we twee meisjes zijn. We gehoorzamen de evolutie die muziek en beweging samenbracht in onze genen. In een parallelle wereld ben ik haar en is zij mij. We doen het voor elkaar. We dansen onze eigen dans.
We. Party. Hard.
We gaan regelmatig afspreken. Vaak praten over onze eerste ontmoeting. Als we rond Kerst chocolade-fonduen bij mij thuis, vertellen we over onze nieuwe vriendjes. Later spelen onze kinderen samen en bieden ze ons denkbeeldige thee aan in een speelgoedservies. Nog veel later klagen we over opgezwollen enkels en urineverlies. We worden vriendinnen voor het leven.
Aan de voorkant van het podium dringen een man en een vrouw zich tussen de dansers door. Pas op dat moment voel ik hoe fragiel de handen van Liene zijn. Ik laat haar bijna los, bang dat ik haar zal breken. Op haar voorhoofd glinstert zweet, zo veel dat het niet goed kan zijn.
De man en de vrouw begeleiden Liene terug naar haar rolstoel, drukken een naald in haar arm, vegen het zweet van haar voorhoofd. Ze leggen een deken over haar heen en nemen haar mee.

Ik weet niet hoe lang ik bewegingloos op het podium heb gestaan. Wat me terughaalt is de aanblik van Silvie die een jongen zoent. Ze trekt er een vies gezicht bij. Blijkbaar weet ze niet dat die jongen een half uur geleden stond te kotsen in het voorportaal van café Lobbes.
De menigte op De Hof raakt uitgedund, de muziek zwakt af. Als ik mijn haar uit mijn gezicht strijk, ruik ik een weeë geur van ziekte aan mijn handen.
Het was dus echt. Twee meisjes, los van de wereld. Salsa Liene en ik.

Dit verhaal is gepubliceerd in ‘Feest in de stad. De mooiste verhalen’, een verhalenbundel met literaire bijdragen van verschillende auteurs ter ere van het 750-jarig bestaan van de stad Wageningen. 

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction, True Stories and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s