Eén week

 

De zon brandt op mijn schouders. Tussen de straatstenen zitten brede groeven, waarachter mijn slippers soms blijven haken. Verderop zijn winkels. Op de hoek is een café met een voorgevel van een donker soort hout. Ik laat mijn vingertoppen over het hout glijden en stop bij de scherpe inkepingen van twee letters. CC. Het dikke in mijn keel groeit een beetje.
Aan het enige tafeltje voor het café zitten een paar mannen. Ze lachen hard en hikken onverstaanbare woorden. Eén van de mannen grijnst naar mij. ‘Dabró pzajálovitsj.’ Zijn vinger priemt richting de ingang. ‘Welkom.’ De deur van het café staat open, maar binnen is niemand, geen barman, niets.
Ik loop verder naar beneden, naar de boulevard. Een vrouw zit in de schaduw van een parasol. Haar vingers zijn krom en vlechten moeizaam rietstengels tot een mand. Ze knijpt haar ogen samen als ze opkijkt. De donkere ogen en de perkamentachtige huid zijn typisch, maar nee, ik ken haar niet.
Een groep jongens komt me tegemoet. Ze dragen allemaal kleurige zwemshorts. Eén van hen heeft een kaart in zijn handen. Hij stapt op mij af. ‘Izvinítjè, gdjè z’dies astanovka ávtoboesa? Neemt u mij niet kwalijk, waar is hier een bushalte?’

Hij was een local, een paar jaar ouder dan ik en vroeg mij, de toerist, naar een bushalte. Ik zag er kennelijk uit als een local.
‘What you mean?’ zei ik.
In nog slechter Engels zei hij: ‘My car, it no…’ Zijn handen maakten wilde bewegingen rond een denkbeeldig stuur. ‘I to bus. Bus.’ Hij tekende een bus in de lucht voor mijn gezicht. Zijn ogen waren zo donker dat ze één grote pupil leken.
Ik was negentien en bijna klaar met mijn opleiding tot administratief medewerkster. Pap en Mam verlangden al een paar jaar niet meer dat ik de hele vakantie met hen optrok. Dus ’s avonds lag hij naast me op het strand. Golven kusten onze voeten.
‘Sje charasjó s’vámi?’
‘Wat?’
‘You good?’
Ik knikte. Zonnewarmte leek opgeslagen in zijn huid. Ik wilde het voelen en rolde dichter naar hem toe. Ik drukte mijn lippen tegen de zijne. Zout prikkelde mijn tong. Hij liet me verdwijnen in zijn omhelzing. Zijn rug kromde zich als de palmbomen verderop.

Ik negeer de jongens en loop een straat in die heuvelopwaarts gaat. Mijn kuiten voelen direct als vlaskabels. De lucht voor me zindert. Ik heb dorst.
Bart is de boulevard op. Hij denkt dat ik op een handdoek aan het strand lig met uitzicht op de zwanenbootjes. Hij zal niet voor het einde van de middag terug zijn. Hopelijk geeft mij dat genoeg tijd.
Op het volgende kruispunt blijf ik staan. Over de daken van huizen heen zie ik de zee als een veld vol chemisch blauwe limonade. Aan de andere kant van de baai liggen zeilboten. Hier heb ik eerder gestaan, met een hand tegen mijn zij.
Zodra ik me omdraai naar de straat waar ik vandaan kom, slaat een duizeling door me heen. Ik zak op de grond en forceer mijn adem in en uit. Ik had bij het café iets moeten drinken.
Na een tijd hoor ik voetstappen. ‘Sje charasjó s’vámi?’ Een man met een gezicht vol diepe lijnen helpt me overeind. Zijn ogen zijn blauw, niet bruin. Hij leidt me naar een winkeltje in een achtertuin en wijst op een schap met waterflessen. Ik betaal. ‘Spacíba. Thank you.’
Buiten is de hitte als een muur, maar ik moet door. Op het kruispunt ga ik links. De huizen krijgen voortuinen met appel- en perenbomen en verschillende groenten. Bijen zoemen voor me langs en overal ruikt het zoet. De omheiningen van houten palen met ijzerdraad ertussen komen me bekend voor. Het wringt in mijn onderbuik. Ik herken het hoekhuis met een bronzen paard boven de voordeur. Ik herken het huis met de ingegooide ramen, waar eerst Serviërs woonden. En dan herken ik het smalle huis tussen een garagebox en een dor grasveld.
Op de voordeur hangt nog steeds een plankje met ingekerfde letters. “С-е-р. Ser”. Zo heette hij. CC. С-е-р en Cynthia. Wij.
Een vrouw met twee kinderen komt uit het huis aan de overkant. In hakkelende zinnen vraag ik haar naar Ser en zijn moeder. Ze schudt haar hoofd.

De laatste avond zaten we in een restaurant met de visgraten van alle vissen die geserveerd worden aan de muur. ‘I pay’, zei Ser en schoof mijn stoel aan. We bogen ons over de menukaart. Hij probeerde in zijn half-Engels uit te leggen welke gerechten erop stonden.
Ik deed mijn ogen dicht en bewoog mijn vinger over de menukaart.
‘You sweet.’
Daarna pakte hij mijn hand. Hij had zachte handen.
‘Vievsjá dljemienjá. Ja ljoeblóé tiebjá.’
Ik had geen idee wat hij zei.
Ser bracht me terug naar de camping. Sprinkhanen die ik nooit zag gonsden hoog boven mijn hoofd in de bomen. Bij het afscheid zong hij: ‘Nima jijtsja, nima paparosjka, nima njet, nima moloka. Ai, ai, ai, ai, nima paparosjka. Ai, ai, ai, ai, nima moloka.’
We kusten.
‘Da svidánja. See you again.’
Ik knikte en huilde en hij verdween in de nacht.

Ik ben terug op het strand. Het gegons van krekels is overal. Het overstemt zelfs het geroezemoes van de toeristen. Ik staar naar de zwanenbootjes. In mijn gedachten is maar één vraag: Waar is Ser?
Een eeuwigheid later ploft Bart naast me neer. Hij heeft honger. Al zijn spullen zijn ingepakt.
We eten in het restaurant. Ik houd constant de straat buiten in de gaten. Bart vraagt of ik de vis wel lekker vind. ‘Hm. Mama wil gewoon graag blijven.’ Hij grijnst. De lachkuiltjes in zijn wangen heeft hij niet van mij.
In het vliegtuig staar ik naar de stoel voor me terwijl Bart vertelt over gerolde chips, open-air disco`s, terrassen waar je met je voeten in het water zit, en glijbanen die de boulevard kruisen. Ik probeer niet te huilen. ‘Mam, weet je nog dat liedje dat je vroeger altijd voor me zong? Nima jijtsja, nima paparosjka, nima njet, nima moloka…’
‘Hoezo?’
‘Nou, op de boulevard was een dronken man die dat liedje zong.’

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s