Blind Date

Zij

Ik houd mijn adem in als hij binnenkomt – Oh. My. God. Lang, slank, lichtgroen gestreept bloesje, in jeans, bruin met blauw, en lachgroefjes. Is dat nog steeds single?

Hij is op tijd, maar ik ben vroeger. We geven elkaar een hand en gaan zitten aan een tafeltje in de hoek van het café, waar het schemerig is en de eikenhouten lambrisering van brons lijkt. Hij schuift mijn stoel aan, vraagt of ik het gemakkelijk heb kunnen vinden en drinkt frisdrank, geen bier.

Over zijn glas heen slaan zijn ogen mij nieuwsgierig gade. Zou hij naar mijn decolleté kijken? Ik voel mijn wangen rood en warm worden. Een paar luchtige zinnen vullen de stilte tussen ons. Daarna vind ik ongekend veel onderwerpen om over te praten. Dat wordt erger als de ober ons eten brengt. Ik werk twee frietjes naar binnen en zeg daarna minstens twintig woorden.

Hij weet al snel heel veel over vrienden van mij. Misschien moet ik hem vragen stellen. Ik vuur er een paar af. Hij is twintig, hij eet graag lasagna, hij studeert. Zou hij mij te oud vinden? Hij wil vast een meisje dat jonger is. Na een slokje van zijn fris kaatst hij dezelfde vragen aan mij terug. Ik probeer kort te antwoorden. Dat lukt niet helemaal.

En dan glippen er wat gênante vragen uit. Of hij wel eens iets gestolen heeft. Of hij wel eens drugs heeft gebruikt. Of hij zijn vorige vriendin ook via een blind date heeft leren kennen.

Hij beantwoordt de vragen met dat lachje, maar zijn gezicht betrekt op het moment dat ik wegkijk, ik zie het tussen mijn wimpers door. In een tekstballon boven zijn hoofd staat: “Een losgeslagen kip aan de overkant. Dooreten en dan wegwezen.” Misschien heeft Ralph hem verteld dat ik al meer dan twee jaar single ben. Hij snapt nu vast waarom.

Mijn eten smaakt niet meer. De frietjes zijn lauw geworden en de rauwkost ook. Ik produceer een mislukt glimlachje als hij vraagt of mijn eten lekker is.

Als ik zeg dat het koud is biedt hij zijn frietjes aan. Ik wil niet onbeleefd doen, dus schuif ik er een paar op mijn bord. Ze zijn nog warm. Hoe heeft hij dat gedaan?

Ik kijk fronsend richting zijn bord. Hij doet een poging zijn biefstuk te snijden. Misschien kan ik het goedmaken door aan te bieden zijn vlees te snijden. In mijn buik zijn kopen, van de zenuwen. Als hij nou gewoon even niet zo clandestien knap én aardig was. Want ik hoor mezelf weer onzin kakelen terwijl ik zijn biefstuk tot blokjes verwerk.

Het is nog geen tien minuten later als hij vraagt of ik een toetje wil. Ik leg een hand op mijn buik en zucht dat ik heel vol zit. Dan hoeft hij niet nog langer verplicht tijd met me door te brengen. Maar zijn blauwe ogen zijn vragend en ik stel zomaar voor om dan maar een ijsje te halen bij een andere tent.

Oh. My God. Hij lacht en de lachgroefjes doen mee en hij staat op om mijn stoel achteruit te schuiven. Bij de bar betaalt hij en geeft ook nog fooi.

Buiten biedt hij me zijn arm aan. Ik zie een bloemist aan de overkant van de straat en hakkel iets over dat ik een paar weken terug een boeket moest kopen en leg ondertussen mijn hand op zijn arm. Mijn wangen gloeien als barbecuekooltjes terwijl ik nog meer vertel over vrienden van mij.

In die ene seconde dat ik moet ademhalen vraagt hij of ik het naar mijn zin heb. Ik knik onnozel. Bliksem schiet vanuit mijn buik omhoog als hij zich naar me toedraait. Gaat hij me kussen?

 

Hij

Shit, is dat haar? Mental note: Ralph bedanken. Geen van die meiden draagt donkerrood, maar zij wel en het staat haar geweldig. En wat een ogen, groot en nieuwsgierig.

Ik hoop niet dat ze merkt dat ik me gehaast heb. Zweethanden. Oké, ze loopt voor me, even gauw m`n haar checken in de spiegel achter de bar.

We gaan helemaal achterin zitten, naast de topografische kaart van Duitsland. De tent verkoopt alleen geen Duits bier. Dan maar fris. Ik neem haar op terwijl ze haar ijsthee met twee handen drinkt en we wat eerste woorden wisselen.

De ober komt. Zij neemt gewoon schnitzelschotel, niet alleen zo`n bak met sla. Meiden die gewoon eten bestaan dus toch nog. De frietjes gaan wel langzaam naar binnen, want ze heeft geen gebrek aan gespreksstof. Ik moedig haar maar aan meer te vertellen, het zijn misschien gewoon de zenuwen. En ze lacht lief, ze bloost ook een beetje. Maar dat kan ook van de warmte komen.

Plots begint ze mij vragen te stellen. Ik antwoord en wil van haar hetzelfde weten. Ze is eenentwintig, ze zweert bij kerriegerechten en studeert ook. Zou ze mij te jong vinden? Ze wil vast iemand met meer ervaring dan ik.

Dan komen er rare vragen. Ik frons. Ja, ik wel eens een paar potloden gestolen toen ik nog op de basisschool zat. Ik drink natuurlijk alcohol, dat is ook een drug. Verder heb ik eens een sigaret geprobeerd. Dat raad ik je niet aan, je proeft de teer nog een week lang.

Ze giechelt. Gelukkig, ze vindt het grappig.

Alleen haar laatste vraag vind ik een beetje lastig. Ik beken dat ik nooit eerder op een blind date ben geweest. Ik hoef er niet bij te zeggen dat ik nooit een echte vriendin heb gehad. Dat staat vast in een tekstballon boven mijn hoofd: “Wanhopig loser die te verlegen is om een meisje aan te spreken.”

Ze pakt haar servet en dept haar lippen. Ze heeft mooie lippen, zacht en roze. Zou ze nu weer gewoon gaan eten? Nee. Dit is toch een beetje minder, dat ze zo veel kletst. En zo snel. Over de hond van de buren. Daar vergeet ze adem te halen. Frankrijk?

Ik wil zeggen dat de frietjes Frans zijn, fragiel en elegant zoals zij. Maar ik durf niet. Alleen al bij de gedachte springt mijn hart op tot achterin mijn keel.

Als ik weer opkijk is ze stilgevallen en prikt in haar eten. Oei. Shit, shit. Ik vraag of het nog lekker is. Ze zegt dat het koud is. Ik probeer maar of ze wat van mijn frietjes wil. Ik zie haar twijfelen. Dan glimlacht ze verlegen. Ik houd haar mijn bord voor en ze schuift er een tiental frietjes vanaf. Kleine fijne handen heeft ze.

En ogen terug. Op mijn bord ligt nog steeds een mals biefstukje op me te wachten. Normaal doe ik dat altijd met vork en tanden. Maar ik kan er vast niet onderuit dat ik hier met mes en vork moet eten.

Ze ziet me kijken en stelt dan voor het vlees voor me te snijden. Zo…! Dit is wel een beetje gênant. Nu vindt ze me helemaal een loser. Maar vooruit, die ogen smeken erom. Als ze nu gewoon zwijgend – nee. Ik knik braaf als ze mijn biefstuk in blokjes van één bij één centimeter snijdt en ondertussen weer ratelt over mensen die ze kent. Moet ik haar meer op haar gemak stellen?

Het eten is veel te snel op. Ik vraag of ze nog een toetje wil. Ze legt een hand op haar buik alsof ze heel vol zit, maar voegt toe dat we wel ergens anders een ijsje kunnen halen. Mental note twee: Verknal dit niet.

Buiten krijg ik mezelf zover haar mijn arm aan te bieden. Ze heeft rode roosjes op haar wangen. Zou ze mij ook leuk vinden?

In die ene seconde dat ze moet ademhalen vraag ik of ze het naar haar zin heeft. Ze knikt. Ik draai me naar haar toe. Ze verzamelt alweer adem voor een nieuwe woordenstroom. Zal ik zeggen dat ze misschien wat minder moet praten?

Dit verhaal is geschreven naar aanleiding van één van de lessen van een schrijfcursus van Esther Bevers en gepubliceerd op mijn Facebookpagina op 13 oktober 2011. 

 

 

 

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s