De Reis

De bergen wilde ik voelen. Ik wilde niet alleen het gesteente en de bomen en de gehelde grasvelden en het water zien door de ramen van de bus. Ik wilde plat op mijn buik liggen en het gras voelen kietelen op mijn wangen. De geur van gesteente opsnuiven. Het nat van dauw tegen mijn handpalmen. Omhoog staren en me afvragen hoe het ook alweer kwam dat de lucht blauw is. Zodra de bus stopte bij een café, half gebouwd in een haast eindeloze rotswand waar maar weinig van het reisgezelschap zich aan vergaapten, zag ik mijn kans. Ik wilde omhoog. Naast het café was een zandpad dat verdween tussen rotsen vol donkergroen mos. Er was algauw geen pad meer waar ik was, op de keien hoog boven de weg waar ik verder kon kijken dan wie dan ook. Ik vond een hagedis en meerdere spinnen en op de bergwand aan de overkant van de weg liep een gems. En nog iets verder was gras bezaaid met gentianen in geel, blauw, en paars. Ik dook op de grond en bestudeerde de bloembladstructuur van de klokjesgentiaan voor mijn neus. Om me heen was niets anders dan wind en stilte. Tot ik haar zag verschijnen, de jonge vrouw getooid met rood haar die al sinds dag één mijn aandacht zocht. Ik had geen behoefte aan gezelschap in mijn wereld van wind en stilte en de klokjesgentiaan. Toch kwam ze naast me zitten en slurpte cola uit een blikje. ‘Cola?’ zei ze en glimlachte best vriendelijk, maar nee.

Een jaar later kwam ik met de auto. Ik had een meisje bij me. Ze was model en goedlachs en kon stil naast me zitten terwijl ik de bergen voelde. Bovenop de berg lag sneeuw. Daar wilden we heen. We verreden kilometers en liepen lange stukken heen en terug over rotsen en keien en stopten bij cafés voor koffie want dat drinken volwassenen en grinnikten naar elkaar over onze kopjes heen en deelden schopjes uit tegen elkaars schenen. We speelden verstoppertje tussen de naaldbomen en gleden meters omlaag over strooisel en dennenappels. Alles rook naar bos en vakantie en vrijheid. We zochten naar de mooiste plek. En op plekjes waar het heel stil was zochten we elkaar. Na een paar dagen deden we al onze kleren over elkaar aan en slingerden verder omhoog tot waar het zo koud was dat er sneeuw lag. Ik zeepte haar in. Ze gilde en sloeg me en werd toen boos. Ik blies wolkjes en zei sorry maar ze hoorde me niet want ze zat allang weer in de auto. Ik staarde het dal in en verbaasde me over de klimaatzones die zich over de hele bergwand voor mij tentoonstelden. Koud vocht sijpelde mijn schoenen in maar ik wilde het niet merken. Ik schoof sneeuw van takken en strooide het op de grond en bleef staren. Dit was de mooiste plek. ‘Kom je nou?’ schreeuwde het meisje en klapte de autodeur zo hard dicht dat ik bang was dat de echo een lawine zou veroorzaken. Dat gebeurde niet.

Jaren later verbleef ik in een bungalowpark. Het park had een speeltuin en een binnenzwembad voor de kinderen. Ik had een tweeling, een jongen en een meisje. Mijn vrouw was ook deel van een tweeling. Ze had borsten en heupen en een mond die ze ook goed gebruikte, maar ook mijn hart en dat gaf wel eens problemen. Het was goed als we het eens waren, maar de middag dat we gingen rijden waren we het niet eens. Ik wilde hoog, zij wilde laag. Ik wilde ver, zij dichtbij. De kinderen waren ons argument, maar ik wilde ze de mooiste plekken laten zien en zij wilde ze niet in gevaar brengen. Ik dacht dat ze gewonnen had toen ik stopte bij een restaurant op een vlonder boven het meer en er een wandelroute rond het meer was, afgezet met hekwerk. Maar achter het restaurant was een zandpad. Mijn vrouw ging naar het toilet. Mijn tweeling schuifelde tussen keien en aaide het mos. Ze vonden takjes en slakkenhuizen en beklommen rotsen en ik volgde. Tot ze wankelden. ‘Niet te ver!’ zei ik en pakte hun handjes en leidde hem naar een gentiaan naast het pad. Mijn vrouw kwam terug. Ze glimlachte en deed vreemde dingen met mijn hart. Ik legde een hand op haar dijbeen toen ze bij ons hurkte.

Ik weet hoe de bergen voelen. Door de ramen van de bus passeren het gesteente en de bomen en de gehelde grasvelden en het water in meren en rivieren. Ik lig weer plat op mijn buik en voel gras kietelen tegen mijn wangen. De geur van gesteente in mijn neus. Het nat van dauw tegen mijn handpalmen. Ik weet waarom de lucht blauw is. Ik weet alles wat ik wil weten. Soms gaat mijn hand naar de zitting naast me en raak ik de ietwat stroeve stof aan. Het voelt kunstmatig en leeg, niet zoals het dijbeen van mijn vrouw. Zodra de bus stopt bij een café, wacht ik tot iedereen de bus uit is. Alle anderen gaan zo snel. Het café heeft een veranda vol tafels met stoelen en op die stoelen kwetteren mannen en vrouwen. Het zijn net vogels. Ze nippen thee en pikken kruimels van hun schoteltje waar ooit gebak op lag. Ik zit er even bij. Mijn hand wil alweer opzij, maar daar is het dijbeen van een vrouw die niet mijn vrouw is. Ik wil een stukje lopen. Misschien zelfs een stukje klimmen. Aan de overkant van de weg is een zandpad. Er zijn niet veel rotsen of keien. Er liggen verregende kranten en aluminium blikjes op het gras. Mijn benen trillen. Ik hijg. Maar met kleine stapjes kom ik verder. Algauw kan ik verder kijken. Ik zie meer lucht en meer berg en heel veel gentianen. ‘Meneer!’ klinkt het achter me. Het is de reisleidster. ‘Meneer!’ herhaalt ze. Haar ogen zijn groot en paniekerig, net als haar wijduitstaande haar. ‘Ik ben een stukje lopen’, leg ik uit. ‘Naar boven.’ Ze hijgt ook. ‘Ik moet u vragen mee te komen. We gaan weer verder.’ Alles om me heen is mooi, maar nog lang niet zo mooi als de mooiste plek. Als ik nog een klein stukje hoger zou kunnen, dan is het mooi genoeg. Ik begin te lopen. De rotsen zijn groot en ver van elkaar. Ik vorder langzaam. ‘Meneer!’ De reisleidster komt naast me lopen. Ze biedt me haar arm aan. Zwijgend klimmen we verder tot waar ik het mooi genoeg vind.

 

 

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s