De Poppenkast en de Kus

‘Deze is van mij hoor.’ Andreas trok zijn hand terug van mijn bierfles en grijnsde. Het vlakje baard op zijn kin kroop een paar centimeter omhoog. Voor ons op tafel lagen stapels bonnetjes. Mensen hadden die nodig om eten en kleding en andere dingen te kunnen kopen. Wij maakten valse. ‘Je hebt haar wakker gemaakt’, zei hij. Op het bed lag Helena, ons zwijgzame vogeltje. Ze betastte ons met haar bruine kinderogen alsof we haar elk moment konden opeten. Ik had haar vanavond gevonden. Ze had zichzelf in de nesten gewerkt bij een stel foute meiden uit de buurt. Ik pakte een ongeopende fles bier. ‘Of wil je deze niet meer?’ vroeg ik Andreas en nam een slok uit mijn eigen fles. Hij staarde door het bruinige glas alsof daar geheimen in zaten. ‘Wat denk je zelf, ei.’ ‘O, ben ik een ei? Dat is beter dan een kip.’ We grinnikten. Alles in de studio was gedompeld in oranje. Dat kwam door de lampenkap boven de tafel. Andreas typte de bonnetjes en ik sneed ze op maat. We droegen wapens bij de rand van onze broek in. We wisten niets anders van elkaar dan onze naam en dat we leverden aan een geheim netwerk van contacten. Andreas rookte een sigaret en warmde pizza op in een koekenpan. Ik verplaatste ondertussen stapels tijdschriften, kratten gevuld met ingeblikt voedsel, muf ruikende hopen wasgoed en papieren zakken waar ooit fastfood in had gezeten zonder op te ruimen. De onderkant van de pizza was zwart en meurde, maar Andreas scheen dat normaal te vinden want hij legde de pizza zo op tafel. ‘Kom je?’ vroeg ik Helena. ‘Ook één?’ Andreas hield haar een fles bier voor. ‘Je geeft een meisje geen bier’, zei ik. ‘Wil je iets van sap?’ Ze aarzelde zo lang dat ik medelijden met haar kreeg. Ik sneed een pizzapunt, schonk sap in, en bracht het haar. Haar hand reikte. Maar niet naar het eten maar naar het wapen op mijn rug. Ik sprong achteruit en kon Andreas alleen maar dankbaar zijn dat hij Helena tegen de muur pinde. Ze schreeuwde zonder woorden. Ik suste net zo lang tot ze tegen het bed zakte en begon te snikken.

Andreas wilde haar niet laten gaan. Ik wilde haar beschermen. Dus moest ze mee naar het hostel. Misschien konden we haar gebruiken. Er lag ijs op de grachten en ongerepte sneeuw aan de schaduwzijde van portieken. We droegen een fortuin aan bonnetjes in rugtassen. De wind floot bij elke steeg en beet in onze wangen. Helena klappertandde. Ze kromp ineen toen ik haar mijn jas aanbood. Andreas sloeg een arm om haar heen en liet haar sneller lopen. Ik kon niet zien of hij boos was of ervan genoot zo dicht naast haar te zijn. Bij het hostel ging Andreas voorop. Ik liet Helena voor me lopen, de trap op, langs het blauwe bouwplastic en over de overloop met krakende planken tot een gat dat daar eerst niet was. Helena liep soms langzamer. Ik legde dan mijn handen tegen haar rug en duwde zacht. Na het gat was weer een gang met meerdere deuren. Halverwege hield Andreas stil. ‘Jakhals!’ riep hij en klopte drie keer. Het slot werd weggeschoven. Helena deinsde achteruit, tegen mij aan en ik greep haar vast om te voorkomen dat ze zou wegrennen of een wapen zou proberen te grijpen. Andreas opende de deur. ‘Jakhals’, zei hij nogmaals, zacht alsof het geringste geluid het hele hostel kon doen instorten.  Tussen koorden vol kralen die de deuropening vulden zag ik Philippa. Ze zat op het onderste bed het verst in de hoek. Nog steeds was alles aan haar bleek: haar dunne, haast doorschijnende haar tot ver over haar rug dat in kleur niet veel verschilde van het licht van de plafondlamp en haar fragiele handen die een wapen omklemden dat bij binnenkomst op ons gericht was geweest. De koorden vol kralen tikten en wiegden achter ons. Andreas sloot de deur. ‘Ik help’, zei Philippa tegen Helena, hoewel die niets gevraagd had. ‘Neem wat’, en haar grijze ogen rustten op de tafel bij het raam, gevuld met broodjes, sap, en wijnglazen. Helena staarde alleen naar de handen van Philippa. Beide misten de pink. Niemand wist waarom. ‘Vuur?’ Philippa klemde een sigaret tussen haar lippen. Ik gaf haar mijn aansteker. Haar hele lijf trilde. Ik gaf haar ook mijn jas, die Helena naast zich had neergelegd op het bed waar ze was gaan zitten. Andreas plofte naast haar, te dicht naast haar want ik zag haar opzij leuenen. Hij aaide over haar hoofd. ‘Hoe oud ben je? Zeventien?’ Met mijn aansteker stak hij ook een sigaret op. Ze was geen zeventien. Ze was jonger. Andreas wilde het niet zien. Hij wilde haar. ‘Ga op de uitkijk’, zei ik. Andreas blies rook door zijn neusgaten en peilde me. Hij nam een nieuwe trek en stond toen op om twee broodjes te pakken. ‘Twee uur.’ De kralen tikten nog minutenlang nadat hij de kamer had verlaten. Helena staarde naar me, of dwars door me heen. Ik knipoogde. Ze leek niet onder de indruk. Misschien dat ik haar daarom wel mocht.

Een paar dagen later waren we op het marktplein, ’s nachts. Alles was bedekt onder sneeuw omdat al de hele avond witte snippers uit de lucht vielen. Ik rook diesel van de jeeps vol soldaten die overdag hadden rondgereden. We deelden bonnetjes uit aan contacten, niet meer dan dappere vaders en zoons die hun familie moesten voorzien. Andreas en Philippa zaten op de uitkijk op een bankje, hand in hand maar zonder aandacht voor elkaar. Helena en ik waren onder een luifel van een kruidenierswinkel. Ik liet Helena bonnetjes tellen. Ze was snel en geordend. Ze kon een van ons worden. Het was tijd om te sluiten. Ik stuurde Helena naar de ontmoetingsplek en ruimde al onze sporen. Bijna alle bonnetjes waren op. Ik verborg de overige in mijn schoenen. De spanning in mijn borst wilde niet weg. Het gevaarlijkste was achter de rug. Was ik ongerust over Helena? Of ze zou vluchten? Ik liep door de hoofdstraat. De etalages waren donker. Vanuit sommige huizen klonk muziek, gedempt door glas en gordijnen. Wat zou ik graag in een huis wonen. Een vrouw hebben. Kinderen. Lieve, warme lijven tegen me aan, van mensen om wie ik geef. Wat zou ik graag meer hebben dan de schuwe blikken van vaders en zonen en heel af en toe een gefluisterd dankwoord en het gezelschap van bier en pizza en Andreas. Ik probeerde in sneeuwvoetstappen van iemand anders te lopen. Ik wilde nog lang genoeg leven om echt gelukkig te worden. Ik wilde niet langer deze poppenkast spelen. De ontmoetingsplek was een brinkje, niet veel meer dan een verbrede kruising tussen twee straten. Ik zag niemand. Er waren alleen de lantaarnpalen die met hun licht de klinkers deden glimmen. Ik haalde mijn handschoenen uit mijn zakken en deed ze aan. De rechter liet ik vallen. Toen ik bukte zag ik Helena tevoorschijn komen. Ze rees op uit de schaduw van een huis op de hoek. Ze was een van ons. Het zat in haar manier van lopen en hoe haar ogen mij en alles om mij heen scanden. Maar ze was nog zo jong. Te jong om verantwoordelijk te zijn. Jong genoeg om orders uit te voeren zonder deze in twijfel te trekken. Ik wilde haar beschermen. Ik wilde haar. Misschien had ik Andreas haar moeten laten hebben. Voor hem hield ze stil. Helena was precies lang genoeg om het vlakje baard op zijn kin te zien. ‘Dat is een lang verhaal’, zei hij in antwoord op haar vragende blik. ‘Ik heb genoeg tijd.’ Haar stem was net niet jong genoeg en al gevuld met diepere ondertonen voor de stem van een jonge vrouw. Hij keek langs haar heen. Alsof zijn woorden daar lagen. Alsof hij het al wist. Ze liepen een stukje. Elk moment kon er een soldaat komen en op hen afstappen en vragen wie we waren. Wat ze na tienen nog buiten deden. Hij legde zijn hand over de hare. IJzig koud was haar hand. Ze was zenuwachtig. Ze snapte best waar dit allemaal om ging. Toen gebeurde het. Ze bestudeerde zijn gezicht. ‘Wat, wil je zoenen?’ Ze zweeg terug. En zoende hem. Zo ging het niet. Had ik maar op een bankje vlakbij gezeten, naast Philippa. Helena was precies lang genoeg om het litteken op mijn wang te zien. ‘Dat is een lang verhaal’, zei ik in antwoord op haar vragende blik. ‘Ik heb genoeg tijd.’ We liepen het brinkje rond. Haar stem gleed in en uit mijn oren. Wat ze allemaal niet zei, in een hese fluisterstem die kippenvel over mijn rug joeg. Hoe ze van school naar school verhuisde om niet op te vallen, elke keer een nieuwe schuilnaam gebruikte, soms sliep in de opslagruimte van winkels. Toen liet ik het gebeuren dat ons zwijgzame vogeltje over de pluk van mijn haar streek die stug vooruit stond  en met haar vinger het lachlijntje op mijn wang volgde tot aan het litteken. Het duurde maar een paar seconden. De overgave. De kus. Het had niet mogen gebeuren.

De oranje lampenkap is gemaakt van een flessendopje met daaromheen een reepje crêpepapier. De tafel in de hostelkamer heb ik zelf uit karton geknipt. De wijnglazen horen bij een poppenservies en zijn net te groot. Helena draagt een vilten trui die herhaaldelijk van haar schouders glijdt, want een paar van de stiksels hebben losgelaten. Elke keer als ze wacht in de schaduw ben ik bang dat de kartonnen wand achter haar op haar zal storten. Ik heb zo veel uren gestoken in het tekenen van de ramen en bakstenen dat ik liever geen nieuwe wand maak. Uit een plastic bak haal ik een handvol witte snippers en gooi deze over Helena en mij. Ik heb een barst in mijn wang. De straat is een stuk overgebleven zeil van de keuken. Ik vind dat de tegelprint best door kan gaan voor klinkers. De handschoen ligt nog steeds op straat, de vingers gekromd als rupsen. Helena rilde. Misschien was het de sneeuw die door de naden van haar schoenen sijpelde. Misschien waren het de stemmen, schelle en schorre stemmen en gehuil. Er klonken schoten, bevelen, meer schoten. ‘Eten!’ Mijn vrouw roept van beneden. Ik smijt de pop die mij is weg, in een vlaag van woede en wanhoop die me vaker overvalt. De tafel valt om, met de glazen die van plastic zijn en daarom een beetje lullig heen en weer rollen over het straatzeil. Soms laat ik de Helena-pop het vlakje baard op de Andreas-pop aanraken. Want zo had het moeten gaan. Zo had het goed kunnen aflopen. We schuilden in een portiek, dicht op elkaar alsof we vrijden. Door haar kleding heen voelde ik haar vormen tegen me aan, jong en rond, maar ook haar hart dat als een razende tekeer ging. We bliezen warme luchtteugen tegen elkaar maar luisterden vooral en wachtten tot er niets meer te luisteren viel. ‘Mart, eten!’ ‘Ja!’ schreeuw ik terug. De verbrande pizza is zo groot als mijn duimnagel. Ik heb een plaatje geknipt uit een reclamefolder en de achterkant zwart gemaakt met permanente marker. Nog steeds geeft het zwart af aan mijn handen als ik het gebruik. De poppen heb ik besteld, naakt en zonder enig kenmerk. Ik heb alles op en aan ze zelf gemaakt. Ik heb zelfs eigenhandig de pinken van de Philippa-pop afgezaagd en de gaatjes die ontstonden gestopt met kit en geverfd met verf in de goede huidskleur. Helena en ik vonden een schuur om de wind te ontvluchten, want slapen lukte toch niet. We hebben gewacht tot de volgende ochtend voordat we terugliepen naar het marktplein.  De voetstappen in de sneeuw vormden een mozaïek van rechte en ronde vormen. Maar er was meer dan voetstappen in de sneeuw. Er waren vegen, naast mensen. Rood en zwart en beige waren hun jassen, als een kunstwerk opgebouwd uit elementen. Uit willekeurige levens. Achter ons staarden de ramen. En Andreas en Philippa, naast elkaar tegen het voorportaal van de bakkerswinkel. Het ene oog van Andreas was een donker gat. De klop op de zolderdeur doet me schrikken. ‘Eten!’ ‘Ja-ha’, zeg ik. Ik wacht tot ze weggaat, mijn vrouw, een tengere blonde, Mariska. Wat denkt ze dat ik doe dat ze niet binnenkomt? Mezelf aftrekken? De travestiet uithangen? Een cadeau bouwen voor de jongste? Heeft ze al niet eens het mini-toneel bekeken en zich afgevraagd wat het is? Helena bleef kalm maar haar gezicht was bleek. Ik stelde haar voor om terug te gaan naar de studio. ‘Te gevaarlijk’, zei ze. Er was iets in haar geslopen, iets ouders en ernstigs waardoor ik wist dat ze ouder was geworden en ik wenste dat ze weer jong werd. We kusten niet meer. Ik liet haar gaan.

 

 

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction, PP side-stories and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s