De tatoeage

I

Van achter mijn zonnebril heb ik haar vaak genoeg naar mij zien kijken. Ook nu ze op haar stoel zakt, een paar rijen verder naar achter in de bus, doet ze het stiekem. Ik sta in het gangpad en graai in mijn rugtas. Gatver. De lucht van ontbijtkoek die opstijgt uit de binnenkant van mijn tas zegt genoeg. Verpakking gescheurd, plakkerige kruimelzooi op de bodem, en daartussen kauwgom. Vragen of ze kauwgom wil kan ik wel vergeten.
Sara, zo heet ze, strekt een arm omhoog. Tussen haar vingers houdt ze een mps-speler. Een rimpel verschijnt tussen haar wenkbrauwen als ze de knopen die haar tas in het snoer van haar oortjes heeft gelegd probeert te ontwarren. Haar handen bewegen precies voor… cup C?
Haar ouders zitten aan de overkant van het gangpad, diep verzonken in een toeristenfolder vol groothoeklensfoto`s. Net als Pa en Opa, achter mij. Op mannenvakantie zijn we, bij gebrek aan vrouw.
Niemand ziet dat ik naar Sara glimlach. God mijn hals wordt heet. En meer dingen als ze opkijkt en mijn zonnebril van bovenop mijn hoofd tot op mijn neusrug klapt.

II

We zijn op de fameuze puszta van Hongarije: gelig gras, zand en vierendertig graden in de schaduw. Mijn T-shirt gaat uit. Ik ben bruin van tomaten plukken. Van die biologische die niet in een kas groeien. Ik ben geen illegaal. Nee. Maar het werk maakt me moe. En dan slaap ik goed. Plus dat de zon het leven kleuriger maakt. Dat heb ik nodig.
Opa zit naast de moeder van Sara aan een grote eettafel bij het restaurant. De stoel naast Sara is nog vrij. Ik leg mijn T-shirt vlug over de vrije stoel en loop naar Pa. Zijn neus lijkt groter dan vroeger. Waarschijnlijk omdat zijn wangen steeds verder naar binnen vallen.
Hij praat met de gids, een gezette Hongaarse behangen met goud. Haar ogen scannen mijn bovenarm, waar mijn enige tatoeage donker afsteekt. Een naam, maar in het Cyrillisch, zodat iedereen die ik ken het leest als: “driehoekje – U – driehoekje – driehoekje – U – A – H”.
‘Mag ik vragen wie Lillian is?’ vraagt de gids.
Ik vergeet te ademen.
Pa drukt mijn schouder.
Ik schud hem af, ruw, alsof het zijn schuld is, en staar omlaag, waar stof mijn schoenen dof maakt. Kleuren wil ik, fel blauw en rood van het schaalmodel van de Russische Sukhoi Su-30 die thuis recht boven mijn kussen aan het plafond hangt. De verf had ik gestolen uit een knutselset van Lillian. Ze was er boos over.
De gids loopt naar de eettafel. Vanuit de keuken komt het gerammel van bestek. Komt die lunch nog snel of wat?!

III

De lunch is koude groente met witte vierkante stukjes… ik heb geen idee, korrelige boter?
‘De feta hier is zo veel beter dan thuis’, zegt Sara tegen haar moeder.
Feta dus. Misschien staar ik te lang opzij. Valt het Opa op? Hij prikt komkommerschijven aan zijn vork, zorgvuldiger dan wie dan ook, want zijn vingergewrichten zijn soms ongehoorzaam.
Sara praat. Haar stem is helder en energiek. Ze weet dingen, leuke feitjes. Met haar dikke blonde haar dat, neem ik aan, vroeger zo`n dikke studiebol tienermeisjespruik is geweest. Misschien kan ik een “Oh, geeft niet” uitlokken na mijn “Sorry”, als ik de moed kan vinden haar aan te stoten.
Pa stoot met zijn arm regelmatig tegen mij. Hij eet snel en kauwt slecht. Vroeger zei Ma dat hij daar krampen van krijgt. Nu zegt ze dat tegen mij, als ik zo nu en dan eens langskom voor een biertje – eigenlijk met “Ron mijn vriend” want Ma drinkt niet – en ze veel en lekker voor me kookt, zoals alleen Ma dat kan.
Sara schrikt ergens van en haar hoofd duikt onder tafel.
‘Een kat!’ roept ze uit.
We lachen.
Het voelt heerlijk.

IV

De Hongaarse sleept ons mee naar een kerk in Budapest. Ritueel met wierook dit en dat, graftombe heilige rijke stinkerd zoveel, bouwstijl oud en ouder en prehistorisch oud en mysterieus patroon in de vloer waar iedereen foto’s van maakt. Alleen het glas-in-loodraam bij de entree vind ik wat. Het is groen met rood. Ik denk aan Kerstmis. We zaten voor de boom, Lillian met wangen rond als de kerstballen en allerlei vreemde vormen gewikkeld in pakpapier op onze schoot. Een geur van gebakken kip verspreidde zich door de kamer, samen met het roezemoezen van stemmen, van Dikke Oom Jan met zijn boerenaccent, tante Hannah met haar keffende poedel, en oom Herman met zijn geruite bloes, vorig jaar was het blauw. Op de salontafel stonden shotglazen jenever voor de mannen. Ik nam er één. Lillian kroop dichter naar me toe en legde haar hoofd op mijn schouder. ‘Weer een vliegtuig?’ fluisterde ze. ‘Ze zeggen dat een vliegtuig de veiligste manier van transport is’, zei ik en dronk het shotglas in één keer leeg.
Soms wil ik Lillian vragen of ze het goed vindt dat ik verder ga met mijn leven. Dan leg ik mijn hand over de tatoeage. Het is veiliger dan foto`s kijken.
’s Middags staan we in de rij voor een rondvaarboot. Sara staart naar me. Haar ouders wijzen naar een pilarengebouw aan de overkant van de Donau, schuin achter mij.
Mijn T-shirt ligt in de bus. Zo casual mogelijk span ik mijn biceps en houd mijn fototoestel omhoog alsof ik ook geïnteresseerd ben in het pilarengebouw. Vanachter mijn zonnebril scannen mijn ogen alle vormen van Sara. De hoek van haar kin en schouder als ze wegkijkt omdat haar ouders naar een ander gebouw wijzen is gewoon wauw. Precies op dat moment neem ik een foto van haar.

V

‘Een souvenir voor Ma halen.’ Zo laat ik Pa en Opa achter in een bar langs de Donau. Ik loop terug naar ons hotel. Overal is kleur, van bloemen en kozijnen en toeristen in zomerse kleding. Ik voel blijheid. Wat heb ik lang geen blijheid gevoeld. Bij een oversteek word ik bijna geschept door een bakbeest van een BMW. Vijftig is de snelheidslimiet. Als mensen zich daar verdomme eens aan hielden!
Tranen schieten in mijn ogen. Niet vandaag. Niet meer! Ik slik de drang om te huilen weg. Want ik heb een plan. Op teenslippers en in mijn beste shorts Sara vragen of ze zin heeft iets te drinken in een café.
Ze staat in de lobby van het hotel. Het feloranje van haar top is hetzelfde als de strepen op de vleugels van de Sukhoi Su-27, mijn favoriete model. Maar naast haar staat een jongen in uniform. Ze lacht naar hem.
De letters op mijn arm prikken.
Ik wrijf, zachtjes.
Het is gewoon nog geen tijd.


Dankjewel Kevin voor het bijdragen aan dit verhaal met je intrigerende tatoeage.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction, True Stories and tagged , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s