Sonja

 

Sonja was prachtig. Haar heupen in een mosterdgele jurk beheersten de ruimte, van het geratel van de gokmachines achterin tot de gezocht-posters op het raam bij de ingang. Ik wilde haar naast me nagelen en het mosterdgeel eraf scheuren.
Ik zat aan de bar van café Anjoux, met de beste koffie van heel centrum-Parijs aan mijn lippen. De koffiebonen voor deze koffie, met een unieke, bitterzoete smaak, waren niet te verkrijgen op de bon. Deze koffie was exclusief voor dienaren van het Rijk.
Sonja dronk ook koffie. Alleen zij kon een kopje zo sensueel leegdrinken. Het was iets in de manier waarop haar kin meebewoog als ze slikte. Tijdens de seks noemde ik haar vaak “mijn Griekse godin”, want ze was perfect met haar blonde haar, blauwe ogen, en gevulde lichaam. Voor een volumineuze vrouw is meer man nodig, meer vaardigheid om te plezieren. Want zo’n vrouw is meer.
Sonja zat tegenover de Fransoos, Jean Torz, aan de tafel het dichtst bij de deur. Zijn vingertoppen gleden rond en rond over de rand van zijn bierglas. Hij lachte ook veel, alsof Sonja hem aan één stuk door grappen vertelde. Hij was zeker vijf jaar ouder dan ik, maar duidelijk minder ervaren met vrouwen. Hij dronk om de alcohol, om te ontspannen, om die hele massa vrouw voor hem aan te kunnen.
Ik legde geld op de toonbank en liep daarna expres te dicht langs de stoel van Torz, waardoor zijn baret op de grond viel. ‘Mes excuses, deze is van u’, zei ik en bood hem de baret aan. Hij knikte met een glimlach erbij. Sonja duwde haar tong in haar wang en knipoogde. De Fransoos staarde nog naar mij. Hij wist niet dat hij het straks met mijn Sonja mocht doen.

Terug op onze hotelkamer ging ik achter de typemachine zitten. Onze Fransoos was een werver van de Maquis. De Maquis kwamen met wapens en aanvallen in opstand tegen de idealen van de Führer. Daarom moesten ze uit de weg geruimd. Sonja moest informatie uit hem krijgen. Ik begon te typen aan de opdracht die we gingen gebruiken om hem en de rest van de Maquis in Parijs te ontmaskeren. Het eentonige gedrum van de toetsen maakte me rustiger. Totdat de “s”-toets klem kwam te zitten. Ik vulde alle ontbrekende “s”-en met een pen in, maar mijn hand schoot in de kramp vlak voordat ik klaar was. Sonja was er nog niet. Anders kon zij het afmaken. Ik bestelde eten voor twee, maar Sonja kwam niet. Ik at de helft van haar portie aardappelpuree met worst en kool en schonk mezelf toen een glaasje cognac in.
Buiten werd het schemerig. Een enkele fietser reed voorbij in de straat waar ik op uitkeek. De avondpatrouille kwam en ging. Het gebrom van de jeepmotor echode minutenlang tussen de huizen. Ik nam nog een glaasje cognac, maar het kalmeerde me niet. De geur van het eten dat nog over was maakte me misselijk. Ik zette de borden op de gang. Alsof Sonja juist dat moment uit het trappenhuis zou stappen, keek ik de gang in, net zolang tot een magere, oude man met zijn magere, bibberige handen de deur naar het trappenhuis opentrok.
Ik zonk terug op de stoel bij het bureau. Tegenover het bed hing een ingelijste foto van Adolf. Zijn gezicht was dwingend en sereen tegelijkertijd. We deden het voor hem. Die Fransoos mocht Sonja neuken omdat wij Adolf moesten beschermen tegen de Maquis. ‘Scheiβe.’ Het luchtte op te schelden. ‘Scheiβe!’
Op het moment dat ik mijn cognac opnieuw bijvulde, werd er op de deur geklopt.
‘Merde!’
Sonja kwam binnen.
‘En?’ Ik bood haar mijn cognac aan, maar ze liep door naar het raam. ‘En?’ herhaalde ik.
‘Hij komt tenminste niet zo snel als jij.’
Ik grinnikte hoewel ik haar opmerking eigenlijk niet grappig vond. ‘Dat komt omdat niemand zo opgewonden van jou raakt als ik.’
Ze bleef naar buiten staren. In de weerspiegeling van de ruit zag ik haar ogen heen en weer schieten. Ik hield het glaasje cognac voor haar lippen en snoof haar geur op. Muskus, olijfolie, zweet, en die Fransoos. Zodra mijn hand over haar rug naar beneden begon te glijden, verstijfde ze.
‘Ik heb genoeg gehad’, zei ze.
‘Hij is werk’, zei ik tegen haar weerspiegeling. ‘Niet meer dan dat.’
‘Doe niet alsof ik dat niet weet.’ Iets in haar stem trilde. ‘Jij bent ook werk.’
Ik dronk de cognac in één keer op. Het brandde, maar nog iets anders brandde ook. Ben ik ook werk? Ah nee, ik had haar door. Ik was hard werken. Wel, zij ook, met haar omvang. Ik wees op het schilderij van Adolf.
‘We werken voor hem, oui?’
Eindelijk keek ze me aan. In haar ogen was de vastberadenheid terug. Ze drukte haar lichaam tegen het mijne en kuste me. ‘Goed’, dacht ik, maar het voelde niet meer zo omvangrijk als eerder.

Sonja liep van de deur naar het raam terwijl ze vertelde wat ze uit de Fransoos had gekregen. Ik wilde elk woord dat ze zei typen, maar ik kon niet anders dan haar manier van lopen volgen. Ze liep met haar hakken naar binnen, haar tenen naar buiten, en bij elke stap maakte ze een dipje, alsof ze lucht schepte. Ik stelde me voor hoe er een spoor insleet in het tapijt als ze deze route maar lang genoeg liep. Het spoor zou een materiële herinnering zijn aan haar, een bewijs van haar bestaan dat nooit verloren zou gaan.
‘Lorin, luister je?’
Haar ietwat schorre stem haalde me terug.
Ik typte. We wisten dat Torz in Nice geboren was, dat de voornamen van een paar van zijn vrienden of collega-Maquis “Pierre, Jean-Pierre, Gustav, en Pierre-Gustav” waren, dat café Anjoux zijn favoriete café was, en dat hij in een motel aan een zijstraat van de Rue du Docteur Roux verbleef als hij in Parijs was.
Daarna gaf ik Sonja de papieren met de opdracht die ze de Fransoos moest aanpraten. Het onderscheppen van een wapentransport. Ze las de details en legde de papieren weer terug op het bureau. ‘Best’, zei ze. ‘Gaan we nu slapen?’
We gingen slapen. Sonja keerde me haar rug toe. Toen ik mijn hand op haar schouder legde en probeerde haar naar me toe te draaien, zei ze alleen: ‘Laat me’.

Een maand later had Sonja de Fransoos zo ver dat hij haar meenam naar een Maquis-overleg. Ze had gezegd dat ze zich wilde aansluiten. Had hij haar geplezierd? Hoe? Had ze hem geplezierd?
Ik probeerde de gedachten aan Sonja met die Fransoos te verdringen. Ik pakte mijn wapen, een Walther P38, en haalde deze helemaal uit elkaar. Ik had al lang niet meer geschoten. Ik had zelfs mijn wapen vorige week nog schoon gemaakt. Toch pakte ik een borsteltje en ging zorgvuldig alle onderdelen langs. Al snel staarde ik naar buiten. De enige boom begon uitlopers te vormen. Achter één van de ramen aan de overkant was een man die zich uitkleedde. Niet veel later was er nog een man, die zich ook uitkleedde. De jeep met de avondpatrouille kwam terwijl het nog schemerig was. Ik zette de radio aan. Geen van de zenders had een zuivere ontvangst. Ik gaf op en luisterde een poos naar een Duits nieuwsprogramma en besloot dat mijn Duits niet zo geweldig was. Of ik wilde op dat moment niets horen over de superioriteit van Ariërs en het aanbidden van blonde vrouwen. Ik wilde muziek horen. Ik wilde Lucienne Boyer en Lucienne Delyle zo hard laten spelen dat alle gedachten in mijn hoofd zouden worden weggeblazen.
Ik vroeg me af waarom ik muziek wilde luisteren.
Ik vroeg me af waarom ik wilde dat Sonja ’s nachts tegen me aan zou willen liggen, maar ik niet zou willen dat ze haar kleren uittrok en me verleidde tot… een ritje. Het idee dat ze bovenop me zou zitten nadat ze eerder op die Fransoos had gezeten bracht een golf van misselijkheid omhoog.
Toen Sonja eindelijk aanklopte was het ver na elf uur. Ik opende de deur voor haar maar liet haar niet naar het raam lopen. Ik sloeg haar. Ik sloeg tegen haar wang en op haar schouder en op haar opgeheven armen. Ze kon zich verweren. Ze was een getrainde soldaat!
‘Lorin, hou op!’
Ik stopte.
Haar lichaam sidderde en zakte tegen de muur. Ze huilde met hysterische uithalen. Ze moest geschrokken zijn. Zou ze nu bang voor me zijn?
‘Lorin, wat…?’
‘Het is korporaal Gallit voor jou.’
Mijn stem was koud. Ik wilde sorry zeggen. Ik wilde dat ze zou weten dat ik niet eens wist waarom ik haar sloeg. Ik had Naftaly ook eens geslagen. Naïeve Naf met haar bolle gezichtje en dijbenen waar ik bijna met één hand omheen kon. Ik weet wat ik bij haar had gemist. Volume. Ik had gezegd dat ik wilde dat ze aankwam. Ze had me met die betraande bolle ogen aangekeken. Die bolle ogen heb ik nooit gemogen. Ik wilde haar ook nooit aankijken tijdens de seks. Want ze wilde me lezen. Ze wilde onze zielen verbinden en tegelijkertijd komen. Dat wilde ik allemaal niet.
Ik wilde dat Sonja naast me kwam liggen in bed. Ze snikte nog steeds en staarde naar de vloer. Misschien zag ze al een begin van het spoor dat ze bezig was uit te slijten in het vloerkleed.
‘Ik ga slapen’, zei ik. ‘En sorry dat ik je sloeg. Het ging per ongeluk.’
Sonja zei niets. Haar ogen waren onrustig. Ik pakte de sleutel van de hotelkamer en deed de deur op slot.

We hadden alleen nog een bevestiging nodig. Een paar dagen later ging Sonja overleggen met de Fransoos en een paar van zijn collega-Maquis. Ik verwachtte haar terug met etenstijd. Ik bestelde voor twee maar at weer alleen. Met een glas cognac in mijn handen bestudeerde ik de bewegingen van de takken van de enige boom in de straat. Het waaide buiten. De takken bogen naar rechts en weer terug, alsof onzichtbare touwtjes van de uiteinden van de takken schuin naar de stoep waren gespannen. De avondpatrouille kwam en ging. De lantaarns werden gedoofd. Alleen op de vensterbank van één van de ramen aan de overkant brandde een kaars. Na een uur rukte ik de gordijnen dicht. Ik speelde Patience. Ik las de aantekeningen over Torz en zijn Maquis-eenheid. Ik bestudeerde het schilderij van Adolf en vond allerlei oneffenheden in de schildertechniek, zoals spatten groen in de achtergrond die daar helemaal niet hoorden en een misplaatste vlek bij zijn mondhoek die vast een soort schaduweffect was maar van dichtbij veel te donker was vergeleken met de huidskleur.
Uiteindelijk lag ik op bed en hield in de gaten hoe de wijzers van de klok naast de badkamerdeur opschoven. Een paar minuten na twaalf klopte Sonja op de deur.
‘Merde!’ riep ik.
Ze liep zoals altijd naar het raam en schoof het gordijn een stuk open.
‘En?’
‘Pierre-Gustav werkt bij de wegendienst en zou een afzetting kunnen regelen om het wapentransport in een hinderlaag te leiden.’
‘Bon’, zei ik. ‘Dat is goed nieuws.’
Haar rug, middel, en heupen vormden een ideale zandlopervorm, niet zo eng mager, maar rond en stevig. Ik kwam van het bed en sloeg mijn armen om haar heen. Ik wilde haar.
‘En wat dacht mijn Griekse godin van een ritje?’ Ik liet mijn handen over haar borsten glijden en kneep zachtjes.
‘Ik heb geen zin’, zei ze en duwde me weg.
‘Hey, vanwaar die vijandigheid?’
Ze slikte en haar kin bewoog mee. ‘Je wil mij alleen maar om te bewijzen dat je genoeg man bent voor een dikke vrouw. Want daarom heb je Naftaly gedumpt, niet? Zij was niet genoeg uitdaging.’
‘Naftaly kwam zo makkelijk. Niets geen moeite…’ Ik liet mijn vingers Sonja`s bovenarm strelen en voegde toe: ‘En ik miste ook zeker een beetje pit. Dat is extra uitdaging om mee om te gaan.’
‘Ik ben je project niet.’
‘Ik hou van je.’
Ik had niet verwacht dat ze me zou aankijken. Haar gezicht was grauwig, alsof ze dagenlang niet geslapen of gegeten had. Er was vastberadenheid in haar ogen, maar ook tranen, en een onverschilligheid die ik niet eerder had opgemerkt.
‘Je hebt me geslagen.’
‘Ik heb sorry gezegd.’
‘Die van Jean is groter.’
Ik herademde. ‘Grootte zegt niets. Jij hebt tegen iedereen een grote bek maar ik weet hoe klein je bent.’
Ik had direct spijt. Sonja beet op haar lip. Het wond me op en tegelijkertijd wilde ik excuses maken, maar toen kreeg ik door wat er al een paar weken tegen mijn ribbenkast liep te schoppen. Een gedachte die ik ver had weggestopt, een gedachte die ik misschien zelfs nooit eerder in woorden had uitgedrukt.
‘Je houdt van hem.’
Sonja staarde naar buiten, misschien naar de boom, of de silhouetten van lantaarnpalen, of het raam waarachter twee mannen met elkaar kusten. Haar beide handen lagen op haar buik.
Ik greep de fles cognac en nam een slok. Het brandde heftig. Misschien brandde het heftig genoeg om de kilte onder mijn ribben te verdoven. Ik staarde naar de gevulde zandloperfiguur en voelde walging. Die homp vlees met plooien die binnen de kortste keren vol zaten met stof en viezigheid. Die homp vlees waarboven ik had gezweet en gekreund van genot. Die massa die mij had bereden en die ik had toegeschreeuwd hoe lekker ze wel niet was.
‘Zullen we dit vergeten?’ zei ze.
‘Ja’, zei ik en rolde op mijn kant van het bed. Ik sliep die nacht niet.

De volgende ochtend dronk ik van de exclusieve koffie in café Anjoux en observeerde de Fransoos. Samen met drie anderen zat hij aan de tafel het dichtst bij de ingang. Een hele groep Maquis zat daar zo voor het grijpen. Ik mocht alleen maar wachten tot één van hen, de blonde Pierre-Gustav, het café zou verlaten zodat ik hem kon volgen naar waar hij ook naartoe ging. Alle vier de mannen droegen bruingekleurde jassen en hadden een kop koffie voor zich staan. De man het verst in de hoek goot vanuit een flacon een doorzichtige vloeistof in zijn kop en leek de anderen te vragen of ze ook wilden. Ze lachten allemaal en klonken hun koffiekoppen alsof het bierpullen waren.
Ik nam weer een slok van mijn koffie. Het bitterzoete aroma was perfect. Ik snapte niet waarom iemand daar iets doorheen zou willen mengen.
Ik wilde niet te veel naar de groep Maquis kijken, vooral niet naar Torz. Toch deed ik het, want ik wilde erachter komen wat Sonja in hem zag. Zijn adamsappel stak centimeters uit. Hij had gigantische handen en hij loenste als hij naar de man tegenover hem keek.
De barman tikte op mijn arm.
‘Je koffie goed?’
‘Ja, uitstekend’, zei ik.
Een paar felblauwe ogen probeerde mij te lezen. De barman was sinds ik hier binnen was druk geweest met glazen wassen en terugzetten. Hij had een buik zo groot als een ton en onder zijn oksels zaten permanent zweetvlekken. Wat moest hij van me?
De barman haalde alleen een doek uit zijn achterzak en begon de bar schoon te maken.
Ik nam nog een slok koffie. De gokkasten achter me ratelden. Zolang ik hier kwam had nog nooit iemand wat gewonnen. Deze keer was het een bleke vent van mijn leeftijd die het probeerde. Op de tafel naast hem lag een opschrijfboekje waarin hij na elke poging iets noteerde. Hij was een boekhouder. Hij dacht de gokmachine te kunnen verslaan door alle mogelijke combinaties te analyseren.
Ik keek weer naar de Maquis. Ze waren druk in gesprek.
En toen keek Torz naar mij. We staarden, hoelang – vijf, tien seconden? Hij zei iets tegen de anderen en stond op. Hij kwam mijn kant op.
De koffie die ik zojuist had gedronken spoelde als zuur door mijn slokdarm.
Wist de Fransoos wie ik was?
Had Sonja hem over mij verteld?
Was Sonja overgelopen?
Nu waren het ook mijn oksels die zweetten. Ik voelde de druppels langs de zijkant van mijn borstkas glijden. De barman zat in het complot. Hij had me aangewezen.
‘Van de baret, oui?’ zei Torz en tikte tegen zijn hoofd.
Ja’, zei ik en forceerde een lach. ‘Ja, ik had uw baret opgeraapt.’
Hij begon te vertellen dat hij hier vaker kwam. Dat hij de koffie te sterk vond. Dat hij de bediening goed vond. Dat hij de prijzen redelijk vond.
Ik dronk mijn koffie veel te snel zodat ik kon gaan.
‘Komt u hier vaker, of was het toevallig dat we elkaar hier twee keer troffen?’
‘Ik kom hier vaker’, zei ik. ‘Voor de koffie.’
Hij lachte. Hij had een goed gebit.
Met het puntje van mijn tong bevoelde ik mijn tanden. Misschien viel Sonja daarom op hem. Ik had spleten en drie rotte kiezen.
‘Ik ga mijn geluk beproeven’, zei Torz en wees op de gokkasten.
‘Veel geluk dan.’
‘Au revoir.’ Hij liep naar achteren.
Pierre-Gustav was weg. De twee anderen Maquis converseerden met elkaar en leken niet op te merken dat ik het café verliet. Ik kon niets anders dan terug naar het hotel.

Die middag zei Sonja dat Torz had ingestemd. Hij kon twintig mannen bij elkaar brengen. Pierre-Gustav zou een afzetting regelen. Zoals afgesproken zou er morgen een briefing zijn. Dan zouden we de Maquis oprollen. Ik stuurde in de lobby van het hotel een telegrambericht naar onze superieur, luitenant Byrne, met het verzoek morgenmiddag om drie uur een peloton soldaten te sturen naar de loodsen achter het St. Anne ziekenhuis.
Terug in de hotelkamer vond ik Sonja klaar om uit te gaan.
‘Jean verwacht me’, zei ze, alsof dat genoeg uitleg was.
‘Wat, wil je een afscheidsritje doen?’
Ze klemde haar lippen opeen tot een bleke streep. ‘Ja, ik wil afscheid nemen.’
Ik kwam voor haar staan en probeerde haar te lezen. Ik was daar nooit goed in. ‘Je gaat het niet verlinken, hm?’
‘Nee.’ Er was weer vastberadenheid in haar ogen, en die onverschilligheid.
‘Ik ga met je mee.’
‘Nee, je gaat niet mee.’
‘Ik wil niet dat deze missie mislukt omdat jij je hart hebt verloren aan zo’n Fransoos. Ik ga mee. En het afscheid is kort.’

De hele weg naar het appartement van Torz zei Sonja geen woord tegen me. Ze had heel burgerlijk haar arm door de mijne gehaakt maar bij elke stap voelde ik haar onwil om mij naast haar te hebben. Wat had ik fout gedaan? Had ik haar niet alle aandacht gegeven die ze verdiende? Waarom moest ze vallen voor zo’n Maquis-man?
Ik wachtte in het trappenhuis tot Sonja het appartement van Torz binnen was. Daarna sloop ik tot voor de deur. Hun stemmen waren gedempt. Ik kon geen woorden opvangen. Er werd muziek opgezet. Een wals. Ik wist niet dat Sonja van dansen hield. Of zou die Fransoos en zij dat gebruiken voor een vluggertje?
Plotseling had ik het gevoel dat er iets niet klopte. Hoe wilde ze afscheid nemen als ze hem morgen nog zou zien? Zou ze hem zeggen dat hun affaire over was? Of zou ze hem zeggen dat we dienaren van het Rijk zijn en dat het hele plan van morgen een val is om de Maquis uit te roeien?
Ik twijfelde niet toen ik de deur intrapte. Sonja stond bij het raam. Torz was in de keuken.
‘Heer van de baret?’ zei de Fransoos. ‘Waaraan heb ik uw bezoek te danken?’
Ik grijnsde en misschien gingen mijn ogen even dicht. Want toen ik weer scherp zag, had Torz een wapen in zijn linkerhand en richtte het op mij. Er was geen tijd om mijn eigen wapen te pakken. Er was geen tijd om weg te duiken. Ik kromp ineen. Een schot knalde in mijn oren. Ik wachtte op pijn. Maar er kwam geen pijn.
Op de keukenvloer lag Torz, op zijn buik. Sonja was een standbeeld, mijn Griekse godin, en hield een wapen in haar hand. Haar ogen bewogen wild heen en weer over het lichaam van Torz.
‘Ik ben zwanger’, zei ze.
Mijn hart miste een slag. ‘Wat?’ Ik liep naar haar toe. Ze liet toe dat ik haar wapen afnam.
Zonder me aan te kijken zei ze: ‘Je zou hem gemarteld hebben.’

 

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction. Bookmark the permalink.

One Response to Sonja

  1. jumasy says:

    Gevonden en kende dit blog natuurlijk!

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s