Nachtmerries

Elke nacht doorboorde haar schrille schreeuwen de muren. Het gedreun van mijn voetstappen trilde door in de gipswanden op de gang zodra ik me naar haar kamer haastte. Als een bang dier zat ze tegen de muur. Ik weet niet of ze me zag, of me aanzag voor iemand anders. Haar schreeuwen gingen over in ongecontroleerd snikken toen ik dichterbij kwam en op haar bed knielde. Het eerste ochtendlicht kroop onder haar gordijnen door. In het schaduwspel dat ontstond was haar gezicht verwrongen. Op het moment dat ik haar schouder aanraakte, schoten haar armen uit, vol tegen mijn kin. Ze schreeuwde met overslaande stem klanken die geen woorden waren, luider en luider tot ik mijn handpalm over haar mond legde en haar omklemde.
Haar shirt was doorweekt en haar huid gloeide alsof ze in de volle zon had gezeten. Tegen mijn borstkas klopte haar hart met snelle, doffe slagen. Ze voelde zo klein en breekbaar in mijn armen. Toch had ze me hard geraakt. Een scherpe pijn verspreidde zich door mijn onderlip en gehemelte en een gore metaalsmaak mengde zich met mijn speeksel. Ik durfde mijn omklemming niet te verslappen, want met al haar bewegingen vocht ze om los te komen. Ook haar gegil was er nog steeds, maar gedempt, niet meer dan een verstikt gepiep.
Ik begon haar te wiegen. ‘Ssh’, probeerde ik en wou dat ik haar kon kussen zoals ik Evina kon kussen om haar stil te krijgen. Ma, Donat, en Vika waren vast wakker. Alle buren in het blok waren vast wakker. Wanneer zou Ma vragen of ik Amber niet beter naar een gesticht kon brengen? Maar ik durfde haar niet te laten gaan. Ze had tijd nodig. Ik had ook tijd nodig. En ik had Josh beloofd op haar te passen.
Het duurde minuten voordat ik eindelijk de spanning uit haar lichaam voelde glijden. Als een lappenpop leunde ze tegen me aan.
Het kon zo niet langer.
‘Amber?’
Haar hoofd was warm en klam. Het rustte in mijn nek alsof ze niet van plan was het daar ooit weg te halen.
Toch ging ze rechtop zitten en staarde naar de vloer, misschien naar de vlakken licht onder de gordijnen. Met een sidderende zucht zakte ze terug op haar kussen.
‘Doe het’, zei ze. Haar ademhaling was oppervlakkig. Er was iets in haar ogen dat me niet lekker zat.
‘Doe wat?’ Ik wilde dat ze me aankeek. Dan kon ik haar lezen.
‘Mijn nek breken.’
In een reflex deinsde ik achteruit, alsof ze mijn nek wilde breken.
Ze greep mijn handen en legde deze rond haar nek. En duwde. Haar ogen waren donkere poelen rond een landschap vol rondingen en dieptes. Ik zag mezelf in haar ogen, bleek en verbaasd. Ik gaf tegendruk. Ik duwde haar luchtpijp dicht en als ik mijn ene hand dwars over haar keel zette en draaide, zou haar nek breken.
Haar wenkbrauwen schoven naar elkaar toe en veroordeelden mij. Wilde ik haar helpen of niet?
Maar mijn handen raakten los van haar nek.
We staarden. Toen vulden haar ogen met paniek en tranen. Ze huilde, zo diep dat ik bang was dat ze er nooit meer uit zou komen. Haar stem had een raspend randje toen ze uit haar stembanden kneep: ‘Ik wil niet meer. Ik wil niet dat mensen me zo zien.’
Ik hield haar stevig vast. Deze keer durfde ik niet los te laten omdat ze dan zou zien dat ik huilde. Ik moest sterk zijn voor haar. We mochten niet kiezen voor de makkelijkste weg.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction, PP side-stories and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s