Een andere zomer

Een andere zomer

Buiten is het vierendertig graden. De tweeling van nummer 116 gilt als ze elkaar natspuiten met een Splash & Fun Waterpistool. Pa leest Huis & Hypotheek; Ma leest Vrouw Glossy. Ze beginnen allebei te verbranden in de ligstoelen die Ma op Marktplaats heeft gevonden.
Ik laat de rolluiken zakken tot het schemerig is in mijn kamer en start de video.
‘Weet je wel hoe lang ik hierop gewacht heb?’ Mijn stem klinkt zwaar door de speakers heen.
‘Vijfentwintig jaar?’ Lilly grinnikt zoals alleen zij dat kon. Het grinniken in haar keel was als een golf die kuiltjes in haar ene wang duwde en rimpeltjes in de andere.
Ik zoomde in op haar mond. ‘Ik denk niet dat ik vanaf babyleeftijd erover droomde om passievolle seks te hebben met een jongedame.’
Ik heb Lilly verteld van mijn drie “uitstapjes”. Zo noem ik haar voorgangers. Niet dat die totaal onbelangrijk zijn. Ik heb er een lijst van. Drie klinkt best stoer aangezien ik eenentwintig was toen ik voor het eerst een meisje in bed had. Het was ook maar één keer. Ik had te veel gedronken. Zij ook. Ik had wel alles aan haar gekust, zelfs haar tenen, en een keer of wat de kreukels in haar blokjesdeken. Ze was mooi zelfs zonder make-up, maar iets in haar was stuk. Al haar vorige vriendjes waren vreemdgegaan.
Met die andere twee probeerde ik er iets van te maken. Naar de bios, een weekendje hotel in een uithoek van het land, op verjaardag bij familie, wat diepe gesprekken over relaties met vrienden en werkgevers, en seks in de duinen voorbij Scheveningen. Maar na een half jaar zag ik in dat twee tegelijk niet werkte.
Lilly was het. Figuurtje 38, open voor nieuwe dingen zoals mijn lijst met seks op gekke plekken uitbreiden, en tot diep in de nacht intellectueel filosoferen. Soms huilde ze, om dingen die ik niet begreep en waar ze eindeloos over kon ratelen, maar ze kroop tegen me aan alsof ik haar baken was. Ik voelde me sterk omdat ik sterk kon zijn voor haar. Ik zou dj worden. Ik heb drie albums geproduceerd, house en funk, maar dan met dubbel zo veel tracks. Ooit zou ik op een festival staan. In tussentijd werk ik in de Mediamarkt.
Lilly stond op en maakte knoopje voor knoopje haar bloes los. ‘Ik heb een verrassing voor de dj’, zei ze. ‘Een bj?’ klonk mijn stem. Het ringetje in mijn linkeroor lichtte op door de vlammetjes van de kaarsen die ik op mijn bureau had gezet. Ze grinnikte. We kusten. Ze trok mijn shirt uit, schoof mijn riem uit de gesp.
Ik zet de video terug naar het begin.
‘Weet je wel hoe lang ik hierop gewacht heb?’
‘Vijfentwintig jaar?’
‘Ik denk niet dat ik vanaf babyleeftijd erover droomde om passievolle seks te hebben met een jongedame.’
‘Ik heb een verrassing voor de dj.’
‘Een bj?’
Ik doe zelf mijn gesp los. Staar naar haar blanke B-cup, de elegante lijn van haar hals.
Ik had haar hals net gekust, toen haar lippen, en toen de vraag gesteld.
‘Wil je met me trouwen?’
Haar ogen hadden de mijne vastgehouden, alsof er grijpertjes vanuit haar ogen om die van mij sloten en ze mijn aller-diepste ik wilde lezen. Zij mocht dat.
Na de middelbare school wilde ik muziektechnologie doen op de HKU. ‘Nee’, zeiden mijn kakkers van ouders. ‘Verstandige mensen gaan niet naar een kunstacademie.’ Dus ik deed informatica, switchte naar gamedesign, en maak nu af en toe muziekjes voor games.
‘Je bent een creatieve geest’, had Lilly gezegd toen ik vertelde over mijn droom om dj te worden. ‘Dat gaat je wel lukken.’ Haar ogen straalden, waarschijnlijk door haar zonnige ziel, zoals haar moeder me tijdens het eerste ouderbezoek toevertrouwde.
‘Ja.’ Haar stem was amper meer dan een fluistering. Haar ogen straalden, maar nu door de tranen die over haar onderste wimpers heen drupten.
Digitale Lilly en ik kusten. We vergaten dat we onszelf opnamen. Alles was zo echt, zo tastbaar. Ik probeer het terug te halen, de aanraking van haar huid tegen de mijne, haar mysterieuze geur van bos na regen en pas gemaaid gras met een vleugje zand en dat zoete… Dat zoete dat me opwond en kalmeerde tegelijkertijd. Dat zoete dat ik wil vangen in een potje zoals die gast uit Perfume.
De klop op mijn kamerdeur trekt me terug naar de werkelijkheid.
‘Eten, zegt mama!’ Guido opent mijn kamerdeur terwijl Lilly en ik hijgend door de speakers komen.
‘Eikel!’ schreeuw ik. Ik wil hem stompen, maar Guido slaat de deur voor me dicht. Ik bons op het hout, steeds harder, net zolang tot mijn handen pijn doen en ik me realiseer dat het niets uitmaakt. De plakkerigheid van buiten vangt me, is stiekem mijn kamer ingekropen, via de openstaande schuifjes of via de kier tussen mijn deur en de vloer.
Ik ren naar mijn fiets. Als ik maar hard genoeg fiets voel ik vanzelf genoeg wind. Ik weet routes langs het station en door het park en om het centrum van Amersfoort heen, helemaal tot de weilanden achter Hoogland. Overal ruikt het vrolijk. Het grommen van automotoren is vriendelijk. Het schelle gebel van een wielrenner die me wil passeren hoort bij het slome gedartel van vlinders en het branden van de zon op mijn rug. Ik parkeer mijn fiets in een rek bij halte Zevenhuizerstraat. Het heen en weer geraas van de auto’s op de N199 bedreigt me, maar toch ga ik zitten op het bankje. Het bankje waar Lilly en ik elkaar voor het laatst hebben gezien.
We zouden naar North Sea Jazz gaan. Dan op vakantie naar Zweden. Lilly zou met haar zus naar Australië, voor een maand. In tussentijd zou ik zoeken naar een appartement. Maar eerst had ze een excursie. Met alle rechtenstudenten van haar jaar naar het Europees Parlement, feesten, Brussel ondersteboven keren, heen en terug in de bus.
De zon begint te verkleuren als ik de Coelhorsterweg op rijdt. Vroeger leek de weg eindeloos, met bochten en weilanden en stroken bos en in onbruik geraakte schuren. Nu lijkt de afstand niets en wens ik dat de weg langer is. Dat alles hier niet zo dichtbij is.
De scharnieren knarsen als ik het hek open duw. Rechts staat de waterpomp, met een nieuwe set emmers en gieters ernaast. Links is de eikenboom met daaronder de schuur waarin de tuingereedschappen zijn opgeborgen. Onder de bomen is de lucht koeler en dikker. Muggen zoemen rond de coniferen, ze dansen rondom Lilly in haar witte jurk.
Ik kniel bij de grafsteen waarop staat: “Lillian Helena van Woerden. 12-01-1989. 16-06-2014. Met pijn in ons hart nemen we afscheid van een zonnige ziel.”

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s