Workshop Stijl & Voicing

Workshop Stijl en Voicing

Stijl

Bij het schrijven van zowel een zakelijke als een verhalende tekst houd je publiek en doel van je tekst voor ogen. Je wilt dat mensen jouw tekst lezen, jouw boodschap begrijpen, en meelachen als er iets grappigs wordt gezegd, en meehuilen als er iets verdrietigs gebeurd. Door je bewust te zijn van je stijl en bewust deze stijl aan te passen aan het doel dat je wil bereiken, wint je tekst in kwaliteit. Zo is het belangrijk om na te denken over een uitnodigende opening, clichés te vermijden, je tekst niet dood te laten lopen, en soms: “kill your darlings”, wat betekent dat je een voor jou mooie zinsconstructie aanpast of verwijdert omdat het de kwaliteit van je tekst naar beneden haalt. Iedere schrijver heeft zijn eigen schrijfstijl, maar je kunt je schrijven verbeteren door te experimenteren met stijl en te leren om bewust een bepaalde stijl te hanteren. Uiteindelijk leer je kritisch te zijn op je eigen schrijfstijl.

De stijl van je tekst is afhankelijk van woordkeuze, zinlengte, en zogenaamde stijlfiguren. Er zijn talloze stijlfiguren, maar in deze workshop behandelen we alleen beeldspraak omdat deze vrij eenvoudig is toe te passen en veel mensen deze herkennen. Binnen het stijlfiguur beeldspraak worden vergelijkingen getrokken tussen verschillende concepten, op verschillende niveaus.

Vergelijking – wanneer het ene concept gelijk wordt gesteld aan een ander concept. A is zoals B, of A is net zo … als B. Bijvoorbeeld: De regen (A) lijkt wel een douche (B).  De vloer (A) is zo hard als steen (B). Het leven (A) is een weg vol verrassingen (B).

Metaphor – is when a situation is identified as having similarities with an unrelated other thing without using a phrase to indicate a comparison. Example: The toast jumped out of the toaster. She drowns in a sea of grief. I feel blue.

Personification – when a human characteristic is assigned to an object. Example: The wind sang through the storm. The waves danced in the moonlight. The bees played hide and seek while buzzing from one flower to another.

Metonymy – a metaphor using a part of a person or object, or a summarizing concept. Example: The Moustache finished his coffee as soon as the train arrived. The Stadium yelled while the last goal was made.

Synaesthesia – when sensory observations are mixed. Example: A smell (sense: to smell) is associated with a shape (sense: to see). The feel of rough fabric (sense: to feel) is associated with a certain melody (sense: to hear). A well-known form of synaesthesia is colour-synaesthesia, where senses are mixed with colour experiences.

Allegory – when a whole story is a metaphor.

Assignment 1. Uitgangssituatie: oudere vrouw betreedt de bus, er is geen zitplek, niemand staat op.

Beschrijf deze situatie op verschillende manieren in een tekst van maximaal 100 woorden:

  1. Beschrijf deze situatie zo neutraal mogelijk, in je eigen stijl, en schrijf een column.
  2. Creëer een poëtische, esoterische tekst, met veel “mooi” en “bombastisch” taalgebruik. Gebruik zo veel mogelijk vormen van beeldspraak.
  3. Creëer een zakelijke, koele tekst, door de situatie heel erg afstandelijk te beschrijven. Gebruik zo veel mogelijk details.

Voicing

The voice of your character is something that requires special attention, because it is part of who your character is. The way your character phrases his thoughts, depends on geographic background, education level, age, personality, character’s attitude to the topic of his thoughts, his emotional state, and the context of events: has recently something happened that triggered a certain memory or thought, or is maybe something about to happen? Not less important, is your character a thinker, or more of a hands-on person? What does he think about? Is he worrying about getting at work in time, or is he fearing another collision with his crush or bully? Is he thinking about what to buy for dinner, or considering a terroristic attack? What aspects of the character are revealed only by his thoughts (e.g. insecurities, secrets)? How are his thoughts phrased: similar to his actual talking, or different? Besides the content of the internal/narrated monologue, the way of narrating this content is also an aspect that requires attention.

Assignment 1. Imagine two characters at the bus scene: the old lady getting on the bus, and a teenager with an “I don’t care”-attitude. Develop a voice for both these characters using geographic background, education level, age, personality, (one positive and one negative character trait), relationship with the person he/she is speaking with, and the character’s attitude to the topic of conversation for both. Write for 5 minutes.

Assignment 2. Herschrijf de scène van de eerdere opdrachten door alleen maar dialoog te gebruiken.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Workshops. Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s