Spiegeldans I-3

Adama rent over de keien naar de ingang van de dansschool. De ingang is een deur waarvan de verf zo ver is afgebladderd dat niet meer te zien is welke kleur het ooit geweest is en ligt halverwege een steeg waar twee van de drie straatlantaarns zijn kromgebogen door vandalen en alleen nog maar sporadisch knipperen. Op de hoek met de straat is het kleinste juwelierspand van de hele stad, Gin’s. De mans grote a-capellaklok in de etalage schuift de grote wijzer juist op een achtste na zeven en zingt het eerste requiem van het uur. Nog een achtste! Terwijl de laatste tonen van het eerste requiem oplossen, passeert Adama de receptie van de dansschool. Hoadley is verdiept in een stripboek, maar mompelt een “Hoi” nog voordat Adama dat doet. Altijd als Adama binnenkomt of weggaat, leest Hoadley zijn stripboek. Toch zegt hij “Hoi” en “Tot ziens” als ze langskomt. Hoadley heeft stroachtig haar en een onbestemde leeftijd; hij kan achttien zijn, of achtentwintig, of achtendertig. In zijn oorlellen draagt hij zilverkleurige ringetjes met links een groenig kristal eraan en rechts een gelig, alsof hij de rechter ooit in de bleek heeft laten vallen. Toen Adama en haar moeder de dansschool voor het eerst bezocht hadden om het inschrijfformulier te tekenen, had haar moeder gefluisterd dat Hoadley “van dattum” is. Adama vroeg zich al snel af waarom ze dat jammer zou vinden. Misschien omdat Hoadley “Hoi” en “Tot ziens” tegen haar zegt hoewel hij in zijn stripboek verdiept is en misschien omdat ze elke keer als ze langskomt even in zijn ogen kijkt. Zijn ogen glanzen als de parels in de etalage van Gin’s, met het bleekste grijs rondom pupillen zo groot en alert dat ze vast alles zien.

In de kleedkamer is Adama de laatste. Ze gooit haar kleren op een hoop en wisselt snel haar buitenschoenen om voor dansschoenen. De dansschoenen zijn van soepel zwart materiaal dat zich als een pantoffel rond haar voeten sluit. Ze bindt een lint om haar haren en haast zich de danszaal in.

Raeka wil net beginnen met opwarmen. Haar karmozijnrode haar is helemaal ingevlochten en in een knot achterop haar hoofd gedraaid. Ze draagt haar gewoonlijke zwarte body, zwarte beenwarmers, en een kleurige variëteit aan gevlochten armbanden rond haar polsen. Raeka wil niet dat ze kleding dragen die een beweging zou kunnen verhullen, dus dragen ze allemaal een zwarte body met beenwarmers in een kleur naar keuze. Adama haatte de eerste les waarin haar hele lichaam werd blootgesteld aan de spiegel en de ogen van Raeka en de anderen. Ze zag meer en meer rollen vet en knokige uitsteeksels en scheefheden naarmate de les vorderde. Gelukkig zag ze die ook steeds meer bij de anderen dus troostte zichzelf met de gedachten dat haar schaamte gedeeld moest zijn.

De muziek voor het opwarmen begint langzaam, met diepe tonen die hun verbinding met de aarde bevordert. De pijpen in de muur tuffen en brommen maar blazen gelukkig geen stof meer zoals de vorige keer. Raeka had Hoadley ruw aan zijn arm de danszaal binnengesleept en geëist dat hij de muziekinstallatie ter plekke schoonmaakte. Hij had zich verontschuldigd en blies elke pijp schoon met een windzucht die Adama niet verwacht had van iemand die vrijwel alleen maar stripboeken leest. Vervolgens had hij met een doek uit zijn broekzak de pijpen één voor één gepoetst totdat Raeka hem de danszaal uit sleurde en klaagde dat hij haar les ophield. Het was Adama opgevallen hoe Hoadley liep: alsof hij zweefde. Zijn voeten raakten amper de grond, alsof het extra gewicht van zijn kleding net genoeg was om hem niet te laten opstijgen.

Na het opwarmen herhalen ze de choreografie van de vorige week. Het stuk op de grond is strak en met veel contact met de grond. Daarna komt een waar het zwaartepunt van de beweging op een meter boven de grond komt te liggen. Als laatste werken ze veel boven hun hoofd, worden de lichtste meiden in de lucht getild, en daarna komt er nog een kort stuk op de grond. ‘Deze dans symboliseert de groei, en daarna het verwelken van, een bloem’, had Raeka de eerste les uitgelegd met haar roestige stem.

Adama zweet overal als ze meerdere malen het stuk op de grond oefenen. De klappen die ze moet uitdelen aan de grond beginnen haar handpalmen te irriteren. En vervolgens opspringen en van alles met haar bovenlichaam doen. En dan een serie voetpassen die zo snel zijn en zo ingewikkeld, met haar voet opzij, naar voren, over de hak, haar voet strekken, het hele been bijhalen, en dan een golf met haar hele lichaam, op de tenen, en herhalen! Adama komt geen enkele keer uit met de telling. Niemand naast haar komt uit met de telling. Alleen G en L komen uit. Adama weet niet hoe die meiden heten; ze neemt alleen aan dat ze de eerste letter van hun naam op de rug van hun body hebben geborduurd. G, in een vurig oranje, en L, in een heidepaars, zijn een tweeling maar niet uit hetzelfde ei: ze hebben dezelfde oneindig lange benen en de perfecte borsten boven hun wespentailles, maar de één heeft een paardengebit en de ander een voorhoofd als een mijnenveld waar iemand behoorlijk onvoorzichtig doorheen is gelopen. Maar hun uitvoering is perfect. Ze doen alles precies zoals Raeka, zelfs vloeiender.

Toch brengt het dansen rust in haar hoofd. De woorden van Cadedra en Ruff lijken niet meer zo echt. Het gejengel van de tweeling is minder luid. De fronsrimpel in het voorhoofd van haar vader lijkt minder diep.

Na de les blijft Adama als enige achter in de danszaal terwijl Raeka de helft van de lichten uitdoet. ‘Goed gedaan, Adama’, zegt ze. ‘Maar blijf oefenen als je wilt meedoen met de uitvoering. Tot ziens.’

‘Tot ziens’, zegt Adama. Uit haar tas haalt ze de papieren zak met haar eten en de flacon met water. Ze eet gedachteloos haar brood met kaas. Haar moeder had geregeld dat ze na de les mocht oefenen omdat Adama niet een extra training kan betalen. De pijpen zwijgen. Raeka heeft de installatie voor haar laten aanstaan met de muziek voor aarddans onder de keuzeknoppen. Als Adama voelt dat haar lichaam weer genoeg energie heeft opgebouwd, zet ze de muziek aan en oefent de choreografie tot waar ze geleerd hebben. Ze komt drie tellen te laat uit. Haar spiegelbeeld lacht haar uit. Die onhandige benen van haar ook! Die stramme armen! Dat trage lichaam van haar!

Maar ik wil meedoen aan de uitvoering!

Ze loopt naar de installatie en wil de muziek opnieuw starten. “Iedereen kan aarddansen”, had Raeka gezegd bij de eerste les. “Alleen sommige moeten harder werken dan anderen.”

Adama staart naar haar handpalmen. Die zijn rood en op sommige plekken is de huid gebarsten. Haar benen willen niet goed als ze de figuren op de grond moet doen. Eigenlijk vindt ze alle bewegingen in aarddans onnatuurlijk aanvoelen.

Op de installatie zitten vier bronzen knoppen zo groot als haar handen waarin de vier basisdansen staan gegraveerd. Aardedans, waterdans, vuurdans, en winddans. Ze drukt op de knop met “winddans” en kiest het eerste nummer. De tonen zijn glijdend, in de lucht, nodigen niet uit om te verbinden met de aarde maar juist om te zweven. Zonder na te denken over een choreografie probeert Adama een paar passen te dansen. Haar voeten dragen haar over de vloer, strekken, bijhalen, strekken, bijhalen, draaien, dubbel draaien, haar armen erbij voor het evenwicht maar ook om de muziek een uitweg te geven.

Wauw.

Ze zakt op de grond.

Dan herinnert ze zich dat ze hier is om te oefenen voor de uitvoering van aarddans. Ze oefent de choreografie nog een paar keer tot ze door een paar tellen van het stuk op de grond over te slaan, op tijd uitkomt voor de serie voetpassen.

Het is stil in de dansschool als Adama door de gang naar de uitgang loopt. Hoadley dweilt de gang. Hij zwenkt een mop over de houten planken met een precisie die ze zelf nooit kan opbrengen. Na een paar zwenken doopt hij de mop weer in de emmer die een paar meter voor hem staat en wringt het water eruit. Hij ziet Adama en wenkt. ‘Kom.’ Ze loopt vlug langs hem heen. Op de receptie ligt zijn stripboek, “Verleiding achter de schermen”, met op de voorkant een gordijn zoals in het theater en het hoofd van een jongeman dat tussen de kier door glipt. Misschien heeft Mam toch gelijk en is hij “van dattum”.  ‘Tot ziens, Adama!’ Hoadley zwaait kort en richt zich dan weer op zijn mop. ‘Tot ziens’, zegt ze zo zacht dat ze zeker weet dat hij het niet gehoord heeft.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s