De cyclus der haat

Zwarte veertjes trillen in de wind. Daarnaast gaapt de mond van een volwassen man met bakkebaarden. Naast de man ligt een vrouw, wiens wangen en lippen vol zitten met bloederige krassen. Iets verderop leunt een kind over de schommel. Het is dood. De bleke handjes bungelen vlak boven het zand. Uit de mond van het kind steekt de kop van een kraai. Het beest is ook dood. Zijn bek staat open en zijn vleugels zitten verstijfd tussen de tanden van het kind.
Commissaris Bakker kauwt op zijn pijp terwijl zijn rechercheurs foto’s maken.
De jampotglazen van officier Boer wenden zich tot de Commissaris. ‘Gezien het inwendig letsel van de volwassenen nemen we aan dat de kraai niet in de mond van het slachtoffer is gestopt, al dan niet p.m.’
‘Misschien is dit wat volgt na de varkenskoppen.’ Officier Visser pulkt aan de moedervlek op haar kin. ‘De slachtoffers zijn vluchtelingen die geklaagd hebben over de omstandigheden in het AZC.’
Men fluistert dat de varkenskoppen die zijn opgehangen bij meerdere AZC’s afkomstig zijn van misbaringen van zwangere vluchtelingen.

Een dag later verkennen Commissaris Bakker en zijn team een hectare bos. De bomen zitten vol met kraaien die nerveus hun koppen rond draaien. Her en der langs het pad liggen mannen, vrouwen, kinderen.
‘Commissaris!’ De stem officier Boer eindigt in een schreeuw. Het onderzoeksteam aanschouwt hoe tussen de natte bladeren een kraaienoog naar hen staart, roerloos, als een natte, glimmende parel.
Officier Visser slaakt een gil en buigt voorover. Uit de kraag van haar uniform rolt nog een kraaienoog. Enkele kraaien buigen hun koppen en krassen terwijl hun ogen uit hun schedel springen.

‘Het is haat die zich als een virus nestelt in de lichamen van de getroffenen.’ Professor Smid schuift de foto’s heen en weer met zijn eeltige vingers. ‘Onder de burgers heerst een honger naar meer die nooit gestild kan worden, waarbij gevoel voor de grenzen van de aarde totaal verdwenen zijn. Als gevolg hiervan groeit er onvrede. De vluchtelingen worden gezien als een nieuwe belemmering op het stillen van hun honger en leidt tot haatprojectie.’
Commissaris Boer bijt zijn tanden diep in zijn pijp. ‘Eén kind leeft nog. Wat doen we daarmee?’
‘Lacht het?’
‘Ja.’
‘Mooi.’ Professor Smid zakt in zijn stoel. ‘Het heeft de haat uitgekotst. Leer het Nederlands en het zal opgroeien.’
‘Kraaien worden dus niet uit een ei geboren?’ vraagt officier Boer.
‘Soms’, antwoordt Professor Smid. ‘De natuur is een dynamisch geheel. Het begin en einde van leven worden continu opnieuw gedefinieerd. De huidige ontwikkeling is echter zeer zorgelijk.’
Officier Visser krimpt plots in elkaar. Kokhalzende geluiden verlaten haar lichaam terwijl ze met trillende handen de knopen van haar uniform probeert los te maken en schreeuwt: ‘Mijn kind!’

‘De cyclus heeft zich ingezet.’ Professor Smid herschikt de microfoon voor hem. ‘De onvrede leidt tot haat, die leidt tot wederzijdse haat, enzovoorts. De balans staat op het punt van omslaan. Wat volgt is oorlog.’
De ministers knikken aarzelend.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s