Twee scènes voorgelezen op de literaire avond van de schrijfretraite in huize Milonga. Uit: Puzzelstukjes.

I
Mijn kamer is op de eerste verdieping. Ik deel een badkamer met Remi en Josh. De andere badkamer is voor Carla en Ron. Ik weet niet waar ik meer van onder de indruk moet zijn. Mijn slaapkamer die volledig is ingericht maar die ik van Carla volledig mag herinrichten, of de badkamer waar alles glimt en het zo subtiel naar lavendel ruikt dat ik het gevoel krijg op de heide te lopen.
‘Wat vind je mooi?’ vraagt Carla. Haar rode lippen plooien tot een glimlach.
‘Ruitjes,’ stamel ik. Tussen de twee ramen, die in deze kamer van het plafond tot aan de vloer doorlopen, hangt, wederom, een ingelijst portret van Urion Mirror. Ik kan me niet voorstellen dat ik vannacht gerust kan slapen als die tiran op me neerkijkt, ook al is het donker, ook al doe ik mijn ogen dicht.
‘Ruitjes,’ herhaalt ze en kijkt mijn kamer rond alsof er in haar hoofd allerlei plannen ontvouwen om het thema “ruitjes” door te voeren.
Mijn kamer is ook vierkant. Links staan het bed en de kledingkast, rechts is het bureau en een staande spiegel. Onder mijn voeten ligt een rond, beige kleed, precies in het midden van de ruimte. De rest van de kamer lijkt een schilderij waarbij een selectie aan tinten rood, wit en zwart zijn afgestemd op het kleed.
‘In het weekend gaan wij gezellig samen winkelen,’ zegt Carla. ‘Dan kunnen we direct wat nieuwe kleren voor je uitzoeken totdat je moeder je eigen kleding opstuurt.’ Ze legt haar hand tegen mijn wang. ‘Je bent een enige jongedame. Zo vol in bloei.’ Ze slaakt een geveinsde zucht en als ze haar hand wegtrekt, laat haar lange gelakte nagel een kras achter bij mijn oor. ‘Als je nog iets nodig hebt, Ron en ik zitten in de serre. Welterusten.’
Ze sluit de deur en de rust die neerdaalt nadat het geluid van haar drukke stem is weggeëbd, daalt ook neer op mijn schouders. Ik zak op het ronde kleed. Het is zacht en nodigt uit om op te liggen. Dat doe ik. De warme, pluizige vezels aaien mijn wang en handen. Ik voel me onwennig en blij tegelijk. Het kleed ruikt nieuw. Ik trek aan de vezels. Kleine pluisjes liggen op mijn vingertoppen, net als bij Canara.
Zodra ik beneden voetstappen hoor, dwing ik mezelf overeind en leeg mijn schoudertas op het bureau. Mijn boekkistje, nieuwe magazijnen, portemonnee, ondergoed, een extra T-shirt, en toiletspullen. Vanonder mijn trui haal ik mijn Vieiller tevoorschijn. Een paar seconden staar ik naar het glimmende metaal en richt het dan op de poster. Wat kan ik in hemelsnaam doen om die poster uit mijn kamer te krijgen? Of op zijn minst af te dekken?
Ik merk dat mijn hand trilt, zo graag wil ik schieten. Ik adem een paar keer diep in en uit en zeg tegen mezelf: ‘Het is hem niet echt.’

II
Ik word aan mijn klas voorgesteld door de rector en blaat hetzelfde verhaal nog eens. Ik voeg toe dat ik later een restaurant wil beginnen en dat mijn favoriete vakken gym en wiskunde zijn.
Iedereen giechelt een beetje. Is het omdat ik gym en wiskunde leuk vind? Of draag ik te veel make-up? In de klas zitten meisjes jonger dan ik die minstens twee keer zo veel make-up dragen als ik. De jongens zijn allemaal slungelig of nog niet in de groei. Ze lijken zo jong, wie weet hebben ze nog geen eens al hun melktanden gewisseld.
Naast één van de jongens is een tafel vrij. Hij heet Adrian. Zijn voorhoofd zit vol puisten en hij kauwt op zijn duimnagel terwijl hij continu naar mij gluurt. Als ik terug kijk, wordt zijn hoofd zo rood als een biet.
De ochtend gaat snel voorbij. Ik praat met een paar van de meisjes. In de pauze vragen ze me bij hen te eten. Eén van hen, Marianne, is duidelijk de baas. Ze heeft blonde krullen, mascara op haar wimpers, en de meeste ervaring met jongens. Althans, als ik geloof dat haar afspraakje afgelopen weekend de zevende jongen is met wie ze heeft gezoend.
Ik verzin een aantal jongens met wie ik heb gezoend. Marianne en de andere meisjes hangen aan mijn lippen.
‘Adrian geilt op jou,’ zegt Marianne. Haar hete adem strijkt langs mijn oor. ‘Heb je het niet gezien?’
Ik neem aan dat ze bedoelt dat hij rood als een biet werd en knik.
‘Zou je niet met hem uit willen?’
Ik schud mijn hoofd en flap eruit dat ik op wat oudere jongens val.

Het fascineert me dat Marianne de hele dag kan praten over jongens. Ze denkt niet na over het juk van de Mirror Foundation. Ze maakt zich geen zorgen over bombardementen. Haar ouders werken allebei bij één van de staatsorganisaties. Haar broer studeert aan de universiteit. Ze is nog nooit in haar leven bang geweest om opgepakt te worden.
Op een ochtend hangt ze aan mijn arm zodra het schoolplein in zicht komt en fluistert: ‘Wat vind je van die soldaat?’ Haar vinger priemt richting één van de soldaten die bij de poort staat. Zijn geweer hangt nonchalant op zijn rug alsof hij niet van plan is het ooit te gebruiken. Marianne duwt me in zijn richting. Het donkergroene van het soldatenuniform schemert me tegemoet. De laatste keer dat ik oog in oog stond met soldaat heb ik hem doodgeschoten.
‘Hey Philip. Wat vindt je van mijn vriendin Helena?’
Mijn hele lichaam wil wegrennen. Straks herkent hij mijn gezicht. Straks is de foto van mij met de blonde pruik gebruikt in de soldatenopleiding.
Soldaat Philip heeft een gezicht dat nog het meeste lijkt op dat van een aap. Zijn oren lijken extra breeduit te staan door de baret van zijn uniform. Hij heeft bruine ogen in dezelfde tint als ik. Hij keurt me. Zijn blik glijdt van mijn kruin tot aan mijn voeten en weer terug.
‘Ze lijkt me wel wat,’ zegt soldaat Philip alsof ik het niet kan horen.
Mijn hart bonst met onaangename slagen in mijn borstkas. Ik moet iets zeggen maar mijn hoofd is compleet leeg.
‘Ik geloof dat Helena sprakeloos is,’ grinnikt Marianne en trekt me het schoolplein op.
‘Wat was dat nou?!’ valt ze tegen me uit.
‘Is hij niet wat oud?’ verzin ik snel.
‘Oud? Maar je houdt toch van oudere jongens? Hij is negentien. Ik ben met een vriend van hem uit geweest. Die daar.’ Ze wijst naar een soldaat met brede schouders die langs het hek loopt.
‘Je bent uit geweest met een soldaat?!’
‘Ja. Vanwaar de verontwaardiging? Hij is dan wel soldaat maar ook gewoon een jongen.’

DISCLAIMER. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur en mag niet worden verspreid zonder schriftelijke toestemming van de auteur. Dus niet stelen.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s