Die heerlijke geitenkaas

I
De Syrische man keek verbaasd toe hoe een man met warrig grijs haar zijn huis aan de ketting legde. ‘Ik heb liever niet dat mijn huis wegloopt,’ verklaarde de oudere man. ‘De ogen van mijn vrouw kunnen niet meer tegen daglicht. Ik moet er niet aan denken dat ze ’s avonds in een vreemde buurt een ommetje maakt.’
De Syrische man lachte hartelijk. ‘U gaat fietsen?’ vroeg hij in zijn beste Nederlands.
‘Ja, ik ga naar Terneuzen in Tol,’ antwoordde de andere man. ‘In beide ben ik nooit geweest maar ik heb het altijd op de borden zien staan.’ De man rommelde in zijn rugtas en haalde er een plastic bakje uit. ‘Hier, proef dit. Deze geitenkaas heeft mijn vrouw gemaakt.’
De Syrische man liet een stukje op zijn tong glijden. Het was de meest frisse en romige geitenkaas die hij ooit geproefd had. ‘Hm, lekker,’ zei hij en likte zijn vingers af.

II
Even later blies de wind in het gezicht van de oudere man terwijl hij fanatiek langs rijen populieren trapte. Op een kruispunt voor de dijk hield hij stil. Aan een lantaarnpaal hingen borden die naar allerlei richtingen wezen.
De man voelde paniek. Hij wist niet meer welke kant hij op ging.
Ineens herkende hij de naam “Arnemuiden”. Daar was zijn huis! Vol goede moed fietste de man door de weilanden. Zweet lekte in straaltjes van zijn rug. Hij kon toch zeker niet te laat komen voor het avondeten.

III
In Arnemuiden herkende hij de gebouwen, de straathoeken, de bomen, tot hij de straat in reed waar zijn huis zou moeten staan.
Het was weg.
Er was alleen een zanderige kavel waar een gebogen waterleiding uit omhoog stak.
De man zocht in al zijn zakken naar de sleutel waarmee hij zijn huis aan de ketting had gelegd. Hij keek met afgrijzen naar zijn duim die door een gat in zijn broek naar buiten stak.

III
Ondertussen belde de Syrische man aan. Hij was benieuwd of de vrouw hem een stuk van die heerlijke geitenkaas kon verkopen. Na herhaaldelijk op het raam kloppen werd er nog steeds niet open gedaan.
De man liep naar de achtertuin. Daar vond hij een touw dat met het ene uiteinde om een jonge eik was geknoopt. Aan het andere einde rustte een stapel botten, mogelijk van een geit.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s