De verjaardag van Jaro

I
Gisteren had ik gewenst dat de grond onder mij zou wegslaan. Ik klopte op de deur. Ma deed open. Daar stond ik met Emily naast me en de baby in mijn armen. Ik wist niet wie ik eerst moest voorstellen. Emily had de handen van Ma gegrepen. ‘Wat fijn u te ontmoeten. Ik kijk uit naar het feest morgenavond. Ik help u graag met voorbereiden.’
‘Feest?’ Ma spuugde het woord voor mijn voeten. ‘Ja. Voor de verjaardag van Jaro.’

II
Het is winter. De sneeuw bedekt elk hoekje en gaatje van het dorp. We zitten aan de tafel waaronder ik me vroeger verstopte. Als Ma me vond, sloeg ze me. Soms had ze iets in haar handen, zoals een theedoek, een pollepel, of een pan. ’s Avonds voor het slapen gaan smeerde Ivan zalf op de blauwe plekken. Hij las me voor uit Neznaike en trok de ruwe wollen deken tot aan mijn kin. ‘Je bent een goede jongen’, zei hij. En daarna: ‘Ik zal met je moeder praten.’

III
Vandaag staat Ma de hele dag in de keuken. Zweet glijdt uit haar haren over haar slapen. Ze hakt en roert en mengt alles in pannen en schalen. De baby kraait. Vera is dol op hem. Ze zit met de baby op schoot alsof hij van haar is. Vera is een kind van Ivan. Ik niet. Emily hangt glimmende ballen in de Kerstboom. Ze heeft rode wangen van de warmte, van de thee, van de pepers. Ma laat haar proeven van de saus. ‘Hm,’ zegt ze en laat de rest van haar adem ontsnappen. ‘Lekker.’

IV
Vera kruipt naast me op de bank. Haar slanke meisjesbenen legt ze over mijn schoot. Ze wil dat ik haar optil en met haar rondloop. Het liefst wil ze op mijn rug helemaal tot het einde van de straat en terug. ‘Je wordt te groot hiervoor,’ zeg ik. Vera pruilt. ‘Je bent zo vaak weg. Ik mis je.’ Ik sla een arm om haar heen en duw mijn gezicht in haar haren. Ze ruikt steeds minder als een meisje. Het zal niet lang duren voordat de jongens achter haar aan komen. Gaat Ma met haar mee naar school lopen? Of wil ze dat ik dat doe? De jongens uit de buurt weten dat ik ze zo in elkaar sla.

V
De baby is mijn zoon. Hij heeft ogen zo blauw als zeewater en doet allerlei onmannelijke dingen als spuugbellen blazen, huilen en in zijn luier poepen. Emily geeft hem de borst.
Ma knielt bij hen en streelt één van de miniatuurhandjes. ‘Is de bevalling goed verlopen?’ vraagt ze. ‘Ja,’ antwoordt Emily. ‘Jaro was bij me.’ Ze schenkt me een glimlach. Ma ziet het. Voor het eerst lijken de scherpe hoeken van haar mond verdwenen.

VI
‘Hoe gaat het met je?’ vraagt Emily als ik naast haar op de bank zak. Ze vraagt vaak hoe het met me gaat. Ik zeg altijd ‘Goed,’ maar ze vraagt dan door. ‘Waarom gaat het goed met je?’ Ik denk na en probeer woorden te verzinnen die haar gerust zullen stellen. Het gaat lang niet altijd goed. Ze weet niets van mijn verleden. Dat moet zo blijven. ‘Je kijkt nog steeds vaak naar de grond,’ zegt ze en zoekt mijn blik. Ze heeft blauwe ogen, net als ik, maar ik ben de enige in het hele dorp.

VII
De eerste keer dat ik Emily tegenkwam, mocht ik haar niet. Het was in een derdewereldland. Ze klaagde over zand en hitte en negers. Maanden later kwamen we elkaar weer tegen. Er was iets aan haar veranderd, alsof ze een slang was die de huid van haar jongere versie had afgeworpen en nu een vrouw was. Alsnog praatte ze eindeloos. Ik kon niets bedenken om haar te laten zwijgen, behalve haar kussen. Daar heb ik wel heel lang mee gewacht. Zo`n meisje als zij zou me aangeven bij de politie als ik te snel zou gaan.

VIII
Ivan rolt tabak in zijn vloeitje. We staan samen buiten, onze schoenen weggezakt in de verse sneeuw, net als jaren geleden. Ik was veertien, een jochie nog. ‘Wat heeft Ma tegen mij?’ had ik gevraagd. Ivan had een lange hijs genomen. ‘Je vader heeft zich aan je moeder vergrepen,’ zei hij en blies de rook richting de hemel. ‘Daarom werd jij geboren.’

IX
De woorden galmen nog elke dag door mijn hoofd. Maar sindsdien begrijp ik Ma. Door het keukenraam volg ik haar handelingen. Ze snijdt groente. Ze giet saus in een kom. De kuiltjes achter haar sleutelbeenderen verdiepen als ze de touwtjes van het vlees los trekt. Alles wat ze doet, doet ze met zo veel toewijding. Ma is mager. Ivan heeft de garage. Hij repareert auto`s maar ook tractoren en dorsmachines. Het verdient niet veel in een dorp als dit. Maar hij is goed voor Ma. En mij. Hij heeft geen van ons ooit geslagen. Ivan geeft me zijn sigaret en vraagt: ‘Heeft dat meisje geen ouders?’ ‘Ze heeft een vader,’ zeg ik en zuig de rook naar binnen. ‘Maar die is een tiran.’

X
Ma zet de laatste schaal op tafel. Het is lamskotelet. Haar meesterlijke jus druipt er vanaf. Vroeger hield Ivan een deel van zijn portie achter en gaf dat aan mij in de garage. ‘Jaro!’ Vera trekt aan mijn mouw. ‘Ga je nog wat zeggen?’ Mijn benen trillen als ik ga staan. Het glas bier in mijn handen voelt onwerkelijk breekbaar. Emily lacht me toe. Wat moet ik zeggen? We hebben nooit eerder mijn verjaardag gevierd. Ma gaat ook staan. Ze draait haar handen in en uit elkaar en zegt dan: ‘Gefeliciteerd.’

Stem hier op dit verhaal voor de schrijfwedstrijd van Editio en help mij aan de publieksprijs. 

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction, PP side-stories and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s