Voorgelezen in Milonga I – intro Pearce

Pearce verwachtte Iris elke dag op zijn kantoor om haar dag door te spreken. Voor de deur hield ze stil. Een baksteen dreef in haar maag door een gedachte die steeds vaker door haar hoofd spookte. Zou hij haar missen als ze zou weglopen? Ze zou hem niet missen.
Ze klopte op de deur. Het zoemen van de wieltjes onder Molly joeg kippenvel over haar huid. Dus haar vader was niet alleen. Molly was de huishoudrobot. Ze had de vorm van een vrouw, maar dan in grove glimmende blokken met een tuttig wit schortje ervoor.
De blauwe ledjes in haar ogen lichtten op toen ze Iris zag.
‘Welkom Iris,’ sprak ze met haar blikkerige stem. ‘Wat fijn dat je er bent.’ Molly trok de deur open en zei daarna: ‘Wat fijn. Bent.’ De bug in haar spraakprogramma had Pearce nog steeds niet laten repareren. Misschien viel het hem niet meer op. Misschien was hij het vergeten.
Iris wachtte bij de deur tot Molly rondom het gigantische kersenhouten bureau was gereden en tegen Pearce zei: ‘Hier is Iris. Hier is Iris.’
Pearce zat in zijn rolstoel. Fel licht van de twee beeldschermen op zijn bureau flikkerde op zijn gezicht. Hij had zich al zeker een week niet geschoren. Op zijn achterhoofd glom een kaal stuk huid en het haar daaromheen was dun en zwart. Zijn buik lag als een pels over zijn eigen schoot en deinde mee met zijn driftige typen.
‘Kom hier meisje,’ zei Pearce en klopte op zijn knie.
Iris zette zichzelf in beweging. Zodra ze aan de andere kant van het bureau was, rook ze de zware geur van vuil die om haar vader hing. Ze probeerde niet te slikken, door te lopen, de uitnodigende arm vast te pakken.
Pearce nam Iris op schoot. Ze voelde zijn buik tegen haar aan duwen. Dit was het lichaam van de vunzige man waarin haar vader zat opgesloten.
Molly reed naar de andere kant van het kantoor, waar een koelkast stond, en haalde er een bak met eten uit. Ze trok het plastic folie ervan af en kieperde de inhoud op een bord. Daarna zette ze het bord in de magnetron, reed een halve meter achteruit, en bleef doodstil staan.
Het loeien van de magnetron hield drie minuten aan.
Iris staarde naar de beeldschermen. De kaart van de stad was helemaal uitgezoomd. Met rode cirkels waren de huizen van verdachten gemarkeerd. De verdachten stonden op een lijst. De mannen bij wie Iris langs ging stonden ook op die lijst. Pearce selecteerde van welke mannen hij meer informatie nodig had.
‘Hoe was school?’ vroeg hij.
‘Prima,’ zei Iris. ‘De examenweek komt eraan. Ik zal veel tijd nodig hebben om te leren.’
Ze hoopte dat Pearce de hint begreep. In tegenstelling tot haar huiswerk kon ze haar toetsen niet door iemand anders laten doen.

Advertisements

About chb

Writer, scientist, puzzled by mankind.
This entry was posted in Fiction and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Please leave a comment after reading:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s